Interview over zomerakkoord, Het Belang van Limburg 16-9-’17

16 September 2017

In de weekendkrant van het Belang van Limburg geeft Patrick Dewael een interview over het zomerakkoord van de regering Michel I. Dat kleurt liberaal omdat de belastingen voor mensen die werken en werk geven verder worden verlaagd. Daarnaast krijgen mensen meer vrijheid om te werken en te ondernemen.

Schermafbeelding 2017-09-16 om 11.06.21
Schermafbeelding 2017-09-16 om 11.43.51

Toespraak over conclusies Onderzoekscommissie aanslagen 22 maart, stadhuis Luik

8 September 2017

Schermafbeelding 2017-09-11 om 15.10.10

Dames en heren,

De aanslagen van 22 maart eisten 32 slachtoffers. Ze hebben een litteken in onze samenleving achtergelaten. Ook wij hebben moeten leren leven met dreiging. Helaas niet alleen bij ons, maar in heel Europa. De wrede aanslag in Barcelona heeft ons nogmaals met de neus op de feiten gedrukt.

Net omdat de aanslagen van 22 maart zo traumatisch waren, net omdat de tol zo hoog was, net omdat iedereen zich afvroeg hoe dit kon gebeuren bij ons, hebben we als parlement, als volksvertegenwoordiging meteen een onderzoekscommissie opgericht. Te meer omdat er ook politieke schok was, met het ontslag van 2 ministers, en we bestempeld werden als failed state. Burgers hebben recht op antwoorden op die vragen, wij als onderzoekscommissie moeten die geven.

Zo een onderzoekscommissie is een uitzonderlijk middel. Ze heeft een 2-ledig doel. Enerzijds de reconstructie van de feiten: wat is er gebeurd? Wie is verantwoordelijk? Hoe kon dit gebeuren? Dat onderzoek moet à charge en à décharge gebeuren. Maar anderzijds en bovenal moet een onderzoekscommissie ook lessen trekken. Hoe kunnen we veiligheidsmachine, wetten, procedures… verbeteren?

Daar ligt de meerwaarde van een onderzoekscommissie. Een regering regeert, neemt ad hoc maatregelen (18+12). Deze commissie gaat breder, werkt ten gronde, met zicht op de lange termijn.

De laatste ‘doorlichting’ van alle veiligheidsdiensten, hun werking, procedures, wet- en regelgeving, interactie… was geleden van de onderzoekscommissie Dutroux. Nu 20 jaar later was het tijd om opnieuw als mekanieker heel de veiligheidsmachine (niet enkel politie/justitie) uit mekaar te halen, elk onderdeel te evalueren, opnieuw samen te stellen en te smeren. We hebben daarvoor 186 getuigen gehoord in 107 hoorzittingen die 342 uren duurden. Dit om een idee te geven van de grondigheid van het werk.

Een sereen politiek klimaat is noodzakelijk om zo’n onderzoekscommissie te doen slagen. Fracties moeten loskomen van hun partijpolitieke belangen. Ze moeten de wil tonen om het algemeen belang voorop te stellen, en de politique politicienne te overstijgen. Daar zijn wij in onze commissie in geslaagd. Met als resultaat unanieme conclusies en aanbevelingen die wel degelijk een groot verschil gaan maken.

Uiteraard bestaat een zero risk society niet. Ook niet in dictaturen. Onze onderzoekscommissie biedt dus geen enkele garantie dat er nooit nog een aanslag kan gebeuren. Maar we moeten wel alles in het werk stellen om aanslagen maximaal te vermijden. Met onze aanbevelingen zetten we grote stap vooruit.

 

Veiligheidsarchitectuur

Naast het rapport over de hulpverlening op 22 maart zelf, een rapport over de hulp aan de slachtoffers, en het rapport over radicalisme dat we momenteel finaliseren, lijkt me het rapport over de werking van de veiligheidsarchitectuur het meest relevant om hier even bij stil te staan.

Algemeen geldt dat de veiligheidsarchitectuur van België solide is, dat er geanticipeerd werd op nieuwe dreigingen. Ons land is zeker geen failed state, geen blunderland. We hebben als commissie dan ook altijd een hart onder de riem gestoken van de mensen op het terrein die zich dag en nacht uit de naad werken.

We hebben dus geen nood aan een wit blad. Maar er zijn wel bepaalde disfuncties, waardoor er kansen zijn gemist om daders tijdig te vatten. Die zijn te wijten aan: een gebrek aan of inefficiënte inzet van capaciteit en middelen; eilandvorming of gebrekkige samenwerking en informatie-uitwisseling binnen en tussen gerechtelijke, veiligheids- en inlichtingendiensten; inefficiënte procedures en regelgeving; beperkte internationale samenwerking; ontbreken van een integrale aanpak.

Onze aanbevelingen om hieraan te verhelpen zijn terug te brengen tot 5 krachtlijnen:

 

Wat betekent dat concreet als we deze principes toepassen?

De dreigingsanalyse blijft een prerogatief van het onafhankelijk OCAD, maar wel op basis van vaste criteria. De risico-analyse gebeurt door overheden die voortaan gestandaardiseerde maatregelen moeten kiezen. Dit moet inconsequenties verhinderen, zoals bij lockdown of op 22 maart. Denk aan het sluiten van de scholen.

Op vlak van de informatiehuishouding hebben we een groot pijnpunt vastgesteld: verschillende diensten hebben een deeltje van de puzzel, maar die worden niet uitgewisseld. De diensten zitten te weinig samen.

Daarom bevelen we een cultuuromslag aan: diensten moeten nog meer infodelen, en er komt 1 kruispuntbank die gevoed wordt door alle diensten, met een flagging systeem om ieders acties op te kunnen volgen.

Bij de inlichtingendiensten moet er een doorgedreven synergie komen tussen de staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst. Concreet gaat het om een duidelijke taakverdeling, een officieel samenwerkingsverband, een gemeenschappelijk platform om hun actieplannen te coördineren, informatie/middelen/personeel uit te wisselen… Ook hun databanken zullen waar nodig gekoppeld worden.

De informatiepositie in radicale milieus moet versterkt worden met infiltraties en toegang tot versleutelde communicatie.

De staatsveiligheid moet ook in middelen versterkt worden. In vergelijking met gelijkaardige landen is het vandaag een kleine en ondergefinancierde dienst.

Binnen de federale politie wordt de hiërarchie versterkt: de commissaris-generaal en directeurs-generaal bestuurlijke en gerechtelijke politie krijgen hiërarchische beslissingsmacht om sterkere keten van bevel te krijgen.

Het personeelskader van de federale politie moet volledig worden ingevuld. +2000 voltijdse equivalenten.

De 5 terro-FGP’s plaatsen we op gelijke voet, mét dezelfde onderzoekscultuur en strategie. Info moet verplicht tussen de FGP’s gedeeld worden. Het Federaal Parket moet hen bindende richtlijnen kunnen geven.

Er komen 5 Joint Intelligence Centres. Daarin wisselt een FGP info uit met OCAD/VSSE/ADIV. Dit is het samenleggen van de puzzelstukjes, om dan te kunnen prioritiseren. Dat tweede gebeurt in de Joint Decision Centres waarbij het federaal parket betrokken is. De eilandvorming van diensten wordt in deze twee organen dus overstegen.

Een seponering van een dossier door federaal parket moet worden medegedeeld en opgevolgd door de ‘lagere’ niveaus (Case Abdeslam).

De DJSOC wordt geherorganiseerd. De dienst moet een grotere meerwaarde bieden zowel voor centrale diensten (strategische analyses) als voor gedeconcentreerde FGP’s (tactische ondersteuning).

El Bakraoui kwam vervroegd vrij, kon naar Syrië reizen en terugkeren. De strafuitvoering wordt daarom op een aantal punten verstrengd.

Alle diensten moeten beter worden geïnformeerd over radicalisering (bv strafuitvoeringsrechtbank die info krijgt van veiligheidsdiensten) en vrijlating (aanklampend optreden mogelijk maken bv)

Er moet een uitgebreidere motiveringsplicht komen bij vervroegde vrijlating wanneer het advies afwijkt van het openbaar ministerie en de gevangenisdirecteur

Er komt een verbod op reizen voor vervroegd vrijgelaten geradicaliseerden/terroristen

Bezoekers in gevangenissen worden beter gescreend.

Naast het gerechtelijk optreden, is ook het bestuurlijke en preventieve optreden door lokale overheden en politie cruciaal. Deze 2 aanpakken moeten nauwer op mekaar aansluiten.

Bijvoorbeeld burgemeesters klaagden dat ze te weinig betrokken zijn en te weinig info krijgen. Zij staan nochtans in voor veiligheid, en kunnen bv teruggekeerde FTF’s op hun grondgebied hebben. Daarom moeten burgemeesters meer info krijgen van openbaar ministerie (bv strafregister).

Daarom moet er in elke gemeente ook een lokale integrale veiligheidscel komen, waarin alle betrokken instanties info uitwisselen om de geradicaliseerde individuen beter op te kunnen volgen en te begeleiden.

Voor lokale politie is wijkwerking cruciaal, ook het aanklampend optreden. De lokale politie moet via de kruispuntbank ook toegang krijgen tot relevante info. Schaalvergroting lokale zones. Aandacht voor diversiteit in korpsen.

Ook de aanpak van het Kanaalplan verdient navolging.

De terreurdreiging is internationaal. België begrijpt dit al jaren en is voortrekker van internationale samenwerking en info-uitwisseling. Dit moet nog intensiever.

We hebben nood aan een Europese inlichtingendienst op middellange termijn, België kan een initiatief nemen.

De staatsveiligheid moet verbindingsofficieren detacheren naar strategisch belangrijke ambassades.

Alle verbindingsofficieren van de politie moeten toegang krijgen tot de algemene nationale gegevensbank en beter samenwerken met DJSOC.

Slot

Momenteel werken we nog aan het rapport over radicalisme. Daarin bekijken we onder meer de problematiek van radicalisering in gevangenissen, de verspreiding van de radicale islam via het internet, preventie van radicalisering en deradicalisering… Dit rapport ronden we af voor half oktober. Ik dank u.

Dewael: “Wie weigert asiel aan te vragen, plaatst zich buiten de Conventie van Genève”

22 August 2017

De Kamer debatteerde vanmiddag over de samenwerking met de Soedanese overheid om migranten te identificeren met oog op hun repatriëring. Patrick Dewael: “Zonder een terugkeerbeleid voor uitgeprocedeerden of mensen die geen asiel aanvragen, kan je geen asiel- en migratiebeleid voeren. Maar in zo’n gevoelige materie is het niet aangewezen te polariseren en te provoceren. De stijl van staatssecretaris Francken is niet de onze.”

Sinds maandag helpen Soedanese ambtenaren met het identificeren van mogelijke onderdanen die illegaal in ons land verblijven. Staatssecretaris Francken communiceerde hier fors over op de sociale media.

Kamerfractieleider Patrick Dewael wees op de asielprocedures die hier gelden in het kader van de Conventie van Genève en Europese verordeningen. “Wie hier asiel aanvraagt, heeft recht op een individuele procedure en beoordeling van deze vraag. Wie recht heeft op bescherming en opvang, krijgt die ook. Maar wie is uitgeprocedeerd of wie weigert asiel aan te vragen, moet worden gerepatrieerd. Dat is het sluitstuk van ons asiel- en migratiebeleid. Maar het is wel noodzakelijk. Wat baat het om individuele procedures af te handelen als iedereen ongeacht de uitkomst toch kan blijven? Dan is de conventie van Genève slechts een vodje papier.”

Een repatriëring is echter enkel mogelijk wanneer het land van herkomst je identificeert als een onderdaan. Daarvoor doet de dienst vreemdelingenzaken beroep op de medewerking van consulaten en ambassades. In bepaalde gevallen sluit ons land met herkomstlanden een overeenkomst om identificatieteams naar België te sturen. Dat gebeurde onlangs met Soedan. “Soms zijn er afspraken nodig met regimes die de toetsing met de democratie niet kunnen doorstaan. Maar dat is de realiteit. We hebben ook al identificatieteams ontvangen uit Congo, China, Senegal… Bovendien hebben ook Frankrijk en Italië recentelijk teams uit Soedan ontvangen.”, zei Dewael. “Deze mensen worden gescreend door de staatsveiligheid. Zelfs na de identificatie, behoudt de migrant het recht om een asielprocedure te starten. Hij of zij zal dan niet worden uitgezet, tenzij na de procedure blijkt dat er geen recht op asiel is.”

Niet provoceren en polariseren

Dewael stelde dus dat staatssecretaris Francken met deze identificatiemissie gedekt is door de regering en alle geldende nationale en internationale rechtsregels. “Maar als je zo’n delicate opdracht vervult, waarom dan nodeloos provoceren en polariseren? De stijl van Francken is de onze niet.”

Tegelijkertijd wees de fractieleider ook de jongerenafdeling van Ecolo terecht. “De foto van staatssecretaris Francken uitgedost als nazi-soldaat is afschuwelijk. Dat doe je niet. Zo banaliseer je de gruwelen van het nazi-regime. Dit is de grenzen van het fatsoen voorbij.”

Dewael besloot met een pleidooi voor sereniteit. “We voeren een humaan en rechtvaardig asielbeleid. Stop de polarisering aan beide kanten hierover.”

Kamerdebat over mislukte aanslag in Brussel-Centraal: “De burgers gaan beter om met terreurdreiging dan sommige politici”

22 June 2017

De Kamer debatteerde vanmiddag over de mislukte terreuraanslag in Brussel-Centraal. Volgens fractieleider Patrick Dewael gaan burgers serener om met de dreiging dan sommige politici: “’s Morgens nam iedereen opnieuw de trein, ’s avonds liep het stadion vol voor Coldplay. Zo hoort het. Een absolute veiligheid kan niemand garanderen. Het heeft dan ook geen zin om voorstellen te doen die onze rechtsstaat inperken, maar veiligheid niet vergroten.”

Dinsdagavond vond er een mislukte aanslag plaats in het Brussels centraal station. Patrick Dewael waardeerde tijdens het Kamerdebat de rustige communicatie van minister van Binnenlandse Zaken Jambon: “Willen we echt op elke hoek van elke straat agenten of militairen posteren? Zijn we dan veilig? Of installeren we dan een politiestaat in ruil voor een vals gevoel van veiligheid… De minister stelde de juiste, retorische vragen.”

Volgens de fractieleider is het een inconvenient truth, een ongemakkelijke waarheid, dat een zero risk society niet bestaat. “De regering weet dit, de leden van de onderzoekscommissie weten dit, maar ook de burgers beseffen dat. Ze gaan er trouwens serener en kalmer mee om dan sommige politici. De stations liepen gisteren opnieuw vol, en ’s avonds stond iedereen te genieten van Coldplay. Zo hoort het”, zei Dewael.

Hij riep zijn collega’s dan ook op om te stoppen met mensen iets wijs te maken, met voorstellen te doen die de rechtsstaat onwaardig zijn en onze veiligheid niet vergroten. “Daar mee oogst je enkel applaus bij de terroristen. Zij hebben niet liever. Dat wil niet zeggen dat we niet alles in het werk moeten stellen om aanslagen zo veel mogelijk te voorkomen. Het rapport van de onderzoekscommissie biedt een stevige houvast.”

Dewael riep ook op om de polemiek over de zin en onzin van militairen in het straatbeeld te stoppen. “Waarom staan zij daar? Omdat de federale politie onderbemand is. Slechts 11.000 van de 13.500 plaatsen zijn ingevuld. Uiteraard leveren de militairen nuttig, nodig en excellent werk. Maar dit is tijdelijk. Ik zie liever blauw dan kaki op straat. Die kaders moeten ingevuld worden.”

Tot slot verwees Dewael naar het profiel van de dader. “Hij was niet bekend bij onze diensten voor terrorisme of radicalisme. Het drukt ons nogmaals met de neus op de feiten dat radicalisering en het overgaan tot waanzinnige gewelddaden snel kan gaan. We moeten dus ook tot goede aanbevelingen komen over het luik radicalisme in onze onderzoekscommissie. Om deze processen te begrijpen, en zo veel mogelijk te voorkomen.”

Onderzoekscommissie aanslagen 22/3 presenteert rapport over veiligheidsarchitectuur

8 June 2017

Voorzitter Patrick Dewael stelt samen met Carina Van Cauter en de andere leden van de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart het akkoord voor over de conclusies en aanbevelingen over het luik veiligheidsarchitectuur.

De parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart heeft over de grenzen van meerderheid en oppositie heen een akkoord bereikt over de conclusies en aanbevelingen inzake het luik veiligheidsarchitectuur.

De onderzoekscommissie heeft aan de hand van getuigenissen met betrokken personen en diensten en met de hulp van de experts de werking, regelgeving en procedures doorgelicht van al onze veiligheidsdiensten zoals de politie, justitie, de inlichtingendiensten, het OCAD enzovoort. “Op die manier zijn we in staat om in ons rapport te reconstrueren wat er allemaal goed, niet of fout gebeurde in de aanloop naar die fatale dag”, zegt voorzitter Dewael. “We voerden ons onderzoek à charge, en à décharge. Alleszins verdienen alle mensen op het terrein al ons respect en dank voor het harde werk dat ze dag in dag uit leveren, vaak in moeilijke omstandigheden”, vult commissielid Carina Van Cauter aan. “Die reconstructie en waarheidsvinding is wel belangrijk omdat de nabestaanden, slachtoffers en alle burgers recht hebben op een antwoord op de vraag hoe dit kon gebeuren.”

Maar naast het vaststellen van disfuncties, is de voornaamste taak van een onderzoekscommissie aanbevelingen te doen voor verbeteringen. “Zo leren we ook uit de aanslagen en kunnen we onze veiligheid vergroten”, zegt Dewael. Hij vergelijkt de onderzoekscommissie met een mekanieker. “We hebben de gehele ‘veiligheidsmachine’ uit mekaar gevezen, elk onderdeel afzonderlijk tegen het licht gehouden, de wisselwerking tussen de onderdelen onderzocht. Neen, België is geen failed state, zoals na de aanslagen door sommigen werd verkondigd. We moeten ook niet starten van een wit blad. Maar er zit wel zand in de machine. Met onze aanbevelingen willen we dat uit de machine halen, waar nodig een onderdeel aanpassen en toevoegen, en tot slot het hele raderwerk smeren. We doen dit werk ten gronde, hebben een totaaloverzicht over de complexe materie, werken over partijgrenzen heen, in consensus en met een integrale visie. Hierin ligt de meerwaarde van onze onderzoekscommissie.” De commissie bereikte eerder al een akkoord over de luiken hulpverlening en slachtoffers. Nu rest nog slechts het rapport over het laatste luik radicalisme.

Het rapport veiligheidsarchitectuur telt negen thematische hoofdstukken. Op volgende link kan u de samenvatting lezen: http://www.openvld.be/library/1/files/6577_perstekst_veilligheidsarchitectuur_nl.pdf

 

Dubbelinterview Patrick Dewael – Meryame Kitir in Het Belang van Limburg

26 November 2016

In een dubbelinterview ging Patrick Dewael in op een aantal pijnpunten die in de onderzoekscommissie naar de aanslagen boven water kwamen. “Politiediensten werken niet altijd optimaal samen, informatie wordt soms onvoldoende gedeeld. In ons eindrapport zullen we aanbevelingen formuleren om hier aan te verhelpen”, stelt Dewael.

Bekijk via deze link ook het interview dat Patrick Dewael hierover gaf op VTM.

 

“Eilandvorming uit periode Dutroux is opnieuw bezig”

Hoe kon Salah Abdeslam maandenlang onder de radar blijven, terwijl er nochtans een gerechtelijk onderzoek tegen hem liep? Onder andere over die vraag buigt de onderzoekscommissie 22/3 zich nu al enkele weken achter gesloten deuren.

Het dossier-Abdeslam is een schoolvoorbeeld van wat er fout loopt bij politie en justitie. Ondanks aanwijzingen dat een van beide broers Abdeslam aan het radicaliseren is, beslist de federale politie in februari 2015, net na de aanslagen in Verviers, het dossier een rode stempel te geven.

Wegens te weinig mankracht wordt in rode dossiers geen onderzoek meer gevoerd. Bijkomende onderzoeksdaden die door het federaal parket worden gevraagd – zoals de gsm en USB-sticks uitlezen – worden niet uitgevoerd. Integendeel: het dossier belandt in de schuif en wordt uiteindelijk geseponeerd door het federaal parket, wegens geen concreet misdrijf of gevaar. In november 2015 zijn het deze broers Abdeslam die een sleutelrol spelen bij de aanslagen in Parijs, hetzelfde netwerk dat in maart dit jaar ook in ons land toeslaat.

De zittingen van de onderzoekscommissie verlopen achter gesloten deuren omdat het over gerechtelijke onderzoeken gaat. Waar zitten de pijnpunten?

Dewael: “Politie en veiligheidsdiensten hebben de neiging om op hun informatie te zitten. Zoals een kip op haar eieren. Dat was ook het probleem destijds bij Dutroux. Die eilandvorming is vandaag opnieuw bezig. De geïntegreerde politie die met de politiehervorming werd opgericht, had tot doel om maximaal samen te werken en informatie te delen. Maar dat was niet altijd het geval. En dan gebruik ik nog een eufemisme.”

“Daarnaast is er de overdreven tendens naar juridisering. Er wordt – met de beste bedoelingen – in een vroeg stadium een procesverbaal gemaakt, maar daardoor belandt een terreurdossier meteen bij de federale gerechtelijke politie (FGP) in Brussel, omdat zij dat soort dossiers volgen. Het federaal parket wordt dan baas over zo’n dossier, maar op die manier worden de lokale politie, de Staatsveiligheid en andere diensten niet meer betrokken. En dat terwijl de FGP overbelast is en moet werken met rode etiketten, waardoor het geseponeerd wordt er niets meer mee gebeurt. Door geen enkele dienst.”

Kitir: “We merken dat er schotten zijn die er niet moeten zijn. De magistraat van het federaal parket is ook niet bezig met de vraag of er gevaar op komst is. Een magistraat houdt zich vooral bezig met de vraag of er bewijs is van een misdrijf of niet. Zo gaat er heel veel informatie verloren, want op het moment dat er bijvoorbeeld nieuwe hits (alarmbellen in databanken met nieuwe info, red.) waren in het dossier-Abdeslam, was het dossier al afgesloten en werd er geen nieuw onderzoek meer gedaan.”

Omdat er te weinig mankracht is bij politie- en inlichtingendiensten, zo herhaalden politiechef Catherine De Bolle en Jaak Raes, chef van de Staatsveiligheid in uw commissie tot in den treure.

Kitir: “Uit alles wat we nu weten, is niet gebleken dat er te weinig mankracht was. Als een dienst onder druk stond, waren er andere middelen die ze konden aangrijpen om toch iets te doen met de informatie die ze hadden. Het dossier-Abdeslam werd geseponeerd, maar op geen enkel moment werd contact genomen met de lokale politie die wél kon bijspringen.”

Dewael: “Er is inderdaad geen tekort aan mensen of middelen. Die zitten ergens, maar worden niet op de juiste manier ingezet of vinden mekaar niet. Neem nu het voorbeeld van de gespecialiseerde diensten met hun islamologen, analisten,… Die doen in verschillende ressorten allemaal hetzelfde werk. Dat is een verspilling van mensen en energie. Er is onvoldoende wisselwerking. En dat was niet de bedoeling bij de oprichting van de geïntegreerde politie. Het budget van de politie steeg tussen 2003 en 2016 met bijna 30 procent. Toch moeten lokale zones vandaag mensen sturen naar de federale politie, terwijl net de bedoeling was dat de federale politie bijstand zou leveren aan lokale zones.”

Dringt een tweede politiehervorming zich dan niet op?

Kitir: “De leiding over terreurdossiers moet wat sp.a betreft niet langer bij het federaal parket liggen. Zij mogen wel toezicht houden, maar ook de lokale politie moet worden betrokken in deze onderzoeken. Want als het over terrorisme gaat, zegt toch iedereen dat we dit probleem alleen kunnen bestrijden op de hoek van de straat, dichtbij de mensen die je wil volgen. Dan is het onbegrijpelijk dat net deze mensen nu volledig buitenspel worden gezet.”

Dewael: “Ook ik wil niet vooruitlopen op de conclusies, maar uit de getuigenissen van de politiezone Brussel-West (o.a. Molenbeek, red.) bleek wel heel duidelijk dat zij op een bepaald ogenblik niet meer werden betrokken bij het onderzoek. Terwijl zij wel aan de basis lagen van het initiële proces-verbaal en de broers Abdeslam dankzij hen op de radar kwamen.”

Dat de inlichtingendiensten in de commissie kwamen zeggen dat ze geen enkele aanwijzing hadden die de aanslagen kon voorkomen, is wel verontrustend.

Kitir: “Je kan je daar inderdaad heel veel vragen bij stellen.”

Dewael: ( knikt instemmend) “Informatie hebben is belangrijk, maar informatie delen is nog veel belangrijker. We hebben de Algemene Nationale Gegevensdatabank (ANG), maar uiteraard hebben ook de Staatsveiligheid en het OCAD nog aparte databanken. Maar praten die mensen en systemen wel met elkaar? Als dat niet gebeurt, ben je gehandicapt en blijf je in het duister tasten. Dat bepaalde technologieën niet meer adequaat zijn, helpt natuurlijk ook niet. Als er zaken worden doorgestuurd, maar de technologie niet compatibel is, houdt het natuurlijk op.”

Kitir: “Je kan je ook de vraag stellen of we wel nood hebben aan twee inlichtingendiensten, een militaire en een civiele. Moeten die gefuseerd worden of niet? Moeten we geen vragen stellen bij de manier van werken? Want mankracht is natuurlijk één ding, maar als de structuur niet goed is, zit iedereen op zijn eigen eiland. Onze inlichtingendiensten werken allebei met hun eigen databases, hebben allebei een verschillende opdracht. Als we terrorisme willen bestrijden, is het toch belangrijk dat iedere politieagent snel aan de juiste informatie kan raken.”

Waarom communiceren onze veiligheidsdiensten zo moeizaam met elkaar? Kitir: “Ik kan niet echt een verklaring vinden. Volgens mij ontbreekt gewoon de reflex om verder te kijken dan de eigen dienst.”

Dewael: “We hebben 40.000 politiemensen, dat zijn 40.000 paar ogen en oren. Terrorisme bestrijden is natuurlijk een zaak van specialisten die ingewikkelde sites kunnen decoderen en Arabisch kunnen lezen, maar je hebt ook mensen nodig die in de wijken patrouilleren. Als iemand een verdacht rolluik tien keer per dag op en af ziet gaan en er komen verdachte types, dan moet die informatie kunnen circuleren. Dat werd verplicht bij de politiehervorming, maar gebeurt blijkbaar te weinig.”

De commissie zal zich de komende maanden ook buigen over de radicalisering in ons land. Hoe kunnen we die aanpakken? Hoe kunnen we nieuwe aanslagen vermijden?

Kitir: “Een nulrisico bestaat niet, maar dat betekent niet dat we ons daarbij moeten neerleggen. We moeten kort bij de mensen staan, in de buurten. De signalen die er zijn, moeten we opvangen via straathoekwerkers, de scholen, buurtwerkers.”

Dewael: “Klopt. Maar we moeten ons ook niet hopeloos gaan afvragen: hoe kan dat nu alleen bij ons? We hebben gedurende vele jaren kunnen vermijden wat in andere landen wel gebeurde. Zelfs in een politiestaat heb je geen no risk. Wat we wel moeten doen is alle middelen aanwenden om dat risico zo klein mogelijk te maken. Ik verzet mij tegen de opvatting dat het toch allemaal geen zin heeft: Als die terroristen dat willen doen, kan je het toch niet vermijden. Dat vind ik defaitistisch. Natuurlijk kan je niet alles vermijden. Maar je moet wel een systeem hebben dat je maximaal beveiligt, conform de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat.”

Laten we daar even op verdergaan. De regering heeft na de aanslagen in Parijs een aantal verregaande maatregelen aangekondigd. Passagiersgegevens van internationale trein- en busreizigers controleren en vijf jaar bijhouden bijvoorbeeld. Gaat dat allemaal niet wat ver?

Kitir: “Jambon zegt dat hij de Europese richtlijn uitvoert, maar die gaat enkel over luchthavens. Het voorstel van de minister gaat ook over treinen, bussen… Ook de Europese commissie zegt dat hij te ver gaat. En op welke manier ga je dat controleren en organiseren? De Thalys beschikt ten eerste al niet over al die passagiersgegevens. En als ik op de Thalys stap, wordt mijn ticket wel gecontroleerd, maar niet of ik wel Meryame Kitir ben. Bovendien zijn wij het enige land in Europa dat dit gaat doen. Met wie gaan we deze gegevens dan uitwisselen? Dit geeft een vals gevoel van veiligheid.”

Ik kan mij voorstellen dat ook de liberalen hier niet meteen vragende partij voor zijn?

Dewael: “Wij zijn gerustgesteld dat de privacycommissie gunstig advies heeft gegeven. Sector per sector moet ook nog worden bekeken wat haalbaar is. Het is natuurlijk een feit dat de Amerikanen al langer vragende partij zijn voor het bijhouden van passagiersgegevens van vliegtuigen. Van de uitbreiding naar andere sectoren ben ik een koele minnaar.”

De regering wil de grondwet ook aanpassen om terreurverdachten 72 uur te kunnen aanhouden zonder tussenkomst van de onderzoeksrechter. Een jaar later is dat nog altijd geen feit.

Kitir: “Alle experten waren het erover eens dat 72 uur te veel was. Maar in deze moet men niet te veel naar de oppositie kijken. Wij zijn voor een uitbreiding naar 48 uur.”

Dewael: “Ik kijk altijd graag naar de oppositie (lacht). De regering heeft 72 uur gevraagd. Ik denk dat we samen met de oppositie en de partijen van goede wil moeten kijken om vooruitgang te boeken om aan de tweederdemeerderheid te geraken die nodig is om de aanhoudingstermijn in de grondwet te verlengen van 24 naar 48 uur. De regering vroeg om voor terreurverdachten daar nog 24 uur bij te doen, maar ik heb begrepen dat sp.a dat in de grondwet volledig wil uitsluiten. Zij willen geen verstrenging.”

Kitir: “Verstrenging? Die 48 uur is al een versoepeling.”

Slotvraag: de onderzoekscommissie moet haar conclusies voor 31 december klaar hebben. Is die deadline niet onhaalbaar?

Dewael: “Als we vanaf nu elke dag zouden vergaderen, is 31 december haalbaar, maar het parlement heeft ook nog andere werkzaamheden. We zijn het er in de commissie nu over eens om voor 22 maart 2017, een jaar na de aanslagen, klaar te zijn. En dan hoop ik dat het een bevalling van een mooi kindje zal worden.”

Kitir: “Dat is wel een zwangerschap van meer dan 9 maanden, het zal eerder een olifant zijn dan.” (lacht)

 

Copyright Het Belang van Limburg

kitirdeael

Dewael: “Consensus om grondwaarden aan te scherpen in grondwet”

22 November 2016

Op vraag van Patrick Dewael namen de verschillende partijen standpunt in over zijn voorstel om een preambule toe te voegen aan onze Grondwet en bepaalde grondwaarden zoals de scheiding van Kerk en Staat daarin aan te scherpen. De liberaal ontwaart een meerderheid voor beide ideeën waarover de commissie Grondwet zich nu zal buigen.
 

Sinds begin dit jaar buigt de commissie Grondwet zich op vraag van Dewael over het karakter van de staat en de fundamentele waarden van de samenleving. “De afgelopen maanden zijn op verschillende manieren een kantelmoment geweest voor de bewustwording dat onze maatschappij nood heeft aan een diepgaand debat over wat ons bindt in dit land, over de principes waar onze rechten en vrijheden op gebaseerd zijn, over de rol van de democratie, over de rechtsstaat.”

 

Volgens de liberale fractieleider moet dat karakter van de staat neutraal zijn. Principes zoals de vrijheid van meningsuiting, het recht op zelfbeschikking, de scheiding van geloof en staat en de gelijkheid van man en vrouw zijn volgens hem wel vervat in de grondwet, maar helaas niet altijd even expliciet. “Dat leidt in de praktijk tot onduidelijkheden en conflicten tussen bepaalde principes zoals de godsdienstvrijheid en de scheiding van geloof en staat. Denk bijvoorbeeld aan de vraag om gescheiden uren voor mannen en vrouwen in openbare zwembaden of het dragen van religieuze tekens als ambtenaar. Nu oordelen rechters over deze vraagstukken, het is beter dat we de Grondwet voldoende duidelijk maken”, aldus Dewael.

 

De commissie Grondwet organiseerde de afgelopen maanden hoorzittingen met diverse filosofen en grondwetspecialisten. “Daaruit bleek dat onze Grondwet wel wat verduidelijking kan gebruiken. Dat kan door middel van het herformuleren van bepaalde artikels, maar ook door toevoeging van een preambule waarin we onze fundamentele samenlevingsregels helder formuleren. De meeste Europese landen hebben reeds zo een preambule.”

 

Preambule

Dewael legde zelf een ontwerp van preambule voor, alsook een resolutie met de aan te scherpen grondwetsartikels. Hij vroeg de verschillende politieke fracties een politiek standpunt in te nemen over beide voorstellen, waarover hij nu een consensus ontwaart.

 

“Een meerderheid van de leden van de commissie spreekt zich uit voor het opstellen van een inleidende preambule op onze Grondwet. Die moet een verbindende waarde hebben met een pedagogisch doel. De preambule kan na 2019 met een grondwetswijziging worden toegevoegd, maar we kunnen deze legislatuur al werken aan een tekst. Verschillende fracties zijn net zoals Open Vld gewonnen voor het idee om bij dit proces ook de burgers te betrekken in een participatief traject”, licht Dewael toe.

 

Karakter van Staat expliciteren

Een tweede conclusie die Dewael trekt is dat een meerderheid gewonnen is om het karakter van de staat in onze Grondwet te expliciteren. “Meer bepaald willen vele fracties de voorrang van de burgerlijke wet bevestigen zodanig dat de neutraliteit van de overheid en de scheiding tussen geloof en staat beter worden gegarandeerd door onze Grondwet.” Bepaalde grondwettelijke bepalingen kunnen deze legislatuur al worden aangepast mits een tweederdemeerderheid. Dewael stelt vast dat die meerderheid zich aftekent en stelt dan ook voor dit werk nu al aan te vatten.

11-november toespraak Patrick Dewael

11 November 2016

Dames en heren,

Vandaag herdenken wij het einde van de Eerste Wereldoorlog, exact 98 jaar geleden.

Op 4 augustus 1914 brak voor België de Eerste Wereldoorlog uit toen het Duitse leger het neutrale België binnenviel.

Vier jaar later, op 11 november 1918, zwegen de wapens. Op 28 juni 1919 werd het Vredesverdrag van Versailles ondertekend.

Deze wapenstilstand maakte een einde aan de Groote Oorlog. Het was het eerste internationale conflict op wereldschaal, maar niet het laatste.

Tussen het uitbreken van de oorlog en de ondertekening van de vrede vielen over de hele wereld miljoenen doden te betreuren.

Anderhalf miljoen Belgen sloeg op de vlucht. 600.000 mensen verloren op Belgisch grondgebied het leven. Minstens anderhalf miljoen mensen raakten gewond.  Dit waren zowel militairen en burgers.

Het zijn ontstellende cijfers die iedere keer weer doen huiveren.

 

Dames en Heren,

De slachtoffers van deze oorlog verdienen ook vandaag nog een blijvende en waardige nagedachtenis, zeker nu de laatste getuigen van deze oorlog verdwenen zijn. Natuurlijk is dit ook het geval voor de Tweede Wereldoorlog.

We mogen de gruwelen van de oorlog niet vergeten. Net daarom is het belangrijk om in te zetten op immaterieel erfgoed. Om de ervaringen van ooggetuigen te bewaren en te ontsluiten. Het gaat om een blijvende en pakkende herinnering aan deze zware tijd.

Onze Dienst Erfgoed stelt in dat kader binnen een maand het derde deel voor van de reeks Tongeren en Tongenaren in oorlogstijd.
Het deel over bevrijding.

Er werd hiervoor niet alleen gebruik gemaakt van bestaande interviews. Er werden ook nog een 15-tal extra interviews afgenomen van mensen die de oorlog overleefd hebben en hun herinneringen met u willen delen.

Binnen een maand kunnen we u deze publicatie voorstellen, inclusief een dvd met deze interviews.

 

Dames en heren,

Na afloop van zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog, nam de internationale gemeenschap stappen om ervoor te zorgen dat zulke escalatie van geweld nooit meer zou kunnen gebeuren.

In 1945 wordt de Verenigde Naties opgericht.

In 1948 zorgt de ‘Universele Verklaring van de Rechten van de Mens’ voor een historische mijlpaal in onze hedendaagse geschiedenis.

In Europa begonnen we in 1951 aan een zo mogelijk nóg ambitieuzer project: de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal dat we nu kennen als de Europese Unie. De integratie van vandaag 28 lidstaten die vooral op vlak van de vrijheid van goederen, diensten, personen en kapitalen ver is doorgevoerd creëert al meer dan 70 jaar vrede op ons continent.

We moeten ons er echter van bewust zijn dat vrede – in de woorden van Jan Techau, [directeur van ‘Carnegie Europe, the European centre of the Carnegie Endowment for International Peace’] geen eindstadium is, maar een continu proces.

Vrede berust op grondige kennis en kracht. Dat vergt flink wat inspanningen en enorm veel geduld.  Vrede is voor Techau dus het resultaat is van het voortdurend in evenwicht houden van uiteenlopende belangen.

Het lijkt wel de definitie van het Europese project: een evenwicht tussen uiteenlopende belangen.

 

 

Dat hebben we recent nog gezien toen de Europese Unie een vrijhandelsakkoord wilde afsluiten met onze vrienden uit Canada, die in WOII zo moedig aan onze zijde hebben gestreden.

Het plotse Waalse verzet tegen CETA is daarom onbegrijpelijk. Canada is een land met een sterke democratische traditie en waar wij zonder schroom onze economische banden mee kunnen, mee moéten, aanhalen. Waarom zou handel drijven met de Canadezen een groter probleem zijn dan met Vietnam, Columbia of de Filipijnen? Waarom zou wapens exporteren naar Saudi-Arabië minder problematisch zijn dan peren naar Canada?

Ik ben ervan overtuigd dat internationale vrijhandel een motor is van democratisering en meer vrijheid in de wereld. En vrije, democratische staten zoals EU-lidstaten en Canada moeten daarin voorop lopen en zo een baken zijn voor de rest van de wereld.

 

Dames en heren, ik rond af.

Vrede is geen onmogelijke opdracht.

Vrede, hoe onwaarschijnlijk het soms ook lijkt, is haalbaar. Dat bewijzen wij, als deel van de Europese Unie, al ruim 75 jaar.

Die hoop en kracht brengt ons terug bij de slachtoffers van oorlog.

Van de oorlogen van toen, maar ook van de oorlogen van vandaag.

Van àlle oorlogen.

Die slachtoffers moeten we niet enkel oprecht eren. We moeten vooral uit die gruwel leren.

Het is dus niet naïef vrede na te streven. Het is naïef dat niet te doen.

Ik dank u.

14991104_925749887558548_4523569553057864988_o

Dewael na de Amerikaanse presidentsverkiezing: “Europa moet een versnelling hoger schakelen”

10 November 2016

Nu de VS zich mogelijk op zichzelf gaan terugplooien, moet Europa zichzelf heruitvinden. Dat is de boodschap die Open Vld-fractieleider Patrick Dewael bracht tijdens het vragenuurtje in de Kamer. “De Amerikaanse droom kreeg misschien een klap. Nu moeten we de Europese droom nieuw leven inblazen.”
 

Na een ongezien bitsige verkiezingscampagne ontwaakte Amerika op 9 november met een nieuwe president: Donald Trump. Open Vld-fractievoorzitter Patrick Dewael betreurt het feit dat het glazen plafond standhoudt en dat de populist zegevierde, maar stelt vast dat de kiezer heeft gesproken. “In het democratische debat moet inhoud centraal staan. Net dat hebben we langs beide kanten gemist. Aan slogans en verwijten was er dan weer geen gebrek. Democratie is een werkwoord, de focus moet liggen op argumenten, op redelijke oplossingen voor reële problemen.”

Sterker Europa

Dewael wil rekening houden met het feit dat de VS zich mogelijk op zichzelf gaan terugplooien. In dat geval wordt een sterker Europa nog belangrijker. “Sterkere militaire samenwerking, een Europees buitenlandsbeleid, groeibevorderende handelsakkoorden en afdoende antwoorden op de migratiecrisis zijn vraagstukken waar de burgers wakker van liggen. Net op die thema’s stellen we vast dat de EU vandaag tekort schiet en een versnelling hoger moet schakelen. De verkiezing van Trump kan een stimulans bieden om echte stappen vooruit te zetten. Elk nadeel heb zijn voordeel.”

Ook minister van buitenlandse en Europese zaken Reynders ziet Europa als deel van de oplossing: “Een sterkere Unie, een hecht Europees blok binnen NAVO en meer samenwerking. Dat is de weg vooruit. Protectionisme en populisme helpen ons geen stap verder.”

Dewael vindt dat Europa haar verantwoordelijkheid moet nemen: “De Amerikaanse droom kreeg misschien een klap, maar de Europese droom zal leven. Daar ben ik rotsvast van overtuigd.”

 

Patrick Dewael in de Zevende Dag over de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart

30 October 2016

Vandaag was Patrick Dewael te gast in de Zevende Dag. Daar gaf Dewael een stand van zaken over de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart. “Ik ga niet week na week gaan concluderen. We maken in alle sereniteit een heel diepgaande analyse. Maar ik stel wel vast dat er eilandvorming gebeurt bij de politie.”

Bekijk het volledige interview via deze link.