Toespraak over conclusies Onderzoekscommissie aanslagen 22 maart, stadhuis Luik

8 September 2017

Schermafbeelding 2017-09-11 om 15.10.10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dames en heren,

De aanslagen van 22 maart eisten 32 slachtoffers. Ze hebben een litteken in onze samenleving achtergelaten. Ook wij hebben moeten leren leven met dreiging. Helaas niet alleen bij ons, maar in heel Europa. De wrede aanslag in Barcelona heeft ons nogmaals met de neus op de feiten gedrukt.

Net omdat de aanslagen van 22 maart zo traumatisch waren, net omdat de tol zo hoog was, net omdat iedereen zich afvroeg hoe dit kon gebeuren bij ons, hebben we als parlement, als volksvertegenwoordiging meteen een onderzoekscommissie opgericht. Te meer omdat er ook politieke schok was, met het ontslag van 2 ministers, en we bestempeld werden als failed state. Burgers hebben recht op antwoorden op die vragen, wij als onderzoekscommissie moeten die geven.

Zo een onderzoekscommissie is een uitzonderlijk middel. Ze heeft een 2-ledig doel. Enerzijds de reconstructie van de feiten: wat is er gebeurd? Wie is verantwoordelijk? Hoe kon dit gebeuren? Dat onderzoek moet à charge en à décharge gebeuren. Maar anderzijds en bovenal moet een onderzoekscommissie ook lessen trekken. Hoe kunnen we veiligheidsmachine, wetten, procedures… verbeteren?

Daar ligt de meerwaarde van een onderzoekscommissie. Een regering regeert, neemt ad hoc maatregelen (18+12). Deze commissie gaat breder, werkt ten gronde, met zicht op de lange termijn.

De laatste ‘doorlichting’ van alle veiligheidsdiensten, hun werking, procedures, wet- en regelgeving, interactie… was geleden van de onderzoekscommissie Dutroux. Nu 20 jaar later was het tijd om opnieuw als mekanieker heel de veiligheidsmachine (niet enkel politie/justitie) uit mekaar te halen, elk onderdeel te evalueren, opnieuw samen te stellen en te smeren. We hebben daarvoor 186 getuigen gehoord in 107 hoorzittingen die 342 uren duurden. Dit om een idee te geven van de grondigheid van het werk.

Een sereen politiek klimaat is noodzakelijk om zo’n onderzoekscommissie te doen slagen. Fracties moeten loskomen van hun partijpolitieke belangen. Ze moeten de wil tonen om het algemeen belang voorop te stellen, en de politique politicienne te overstijgen. Daar zijn wij in onze commissie in geslaagd. Met als resultaat unanieme conclusies en aanbevelingen die wel degelijk een groot verschil gaan maken.

Uiteraard bestaat een zero risk society niet. Ook niet in dictaturen. Onze onderzoekscommissie biedt dus geen enkele garantie dat er nooit nog een aanslag kan gebeuren. Maar we moeten wel alles in het werk stellen om aanslagen maximaal te vermijden. Met onze aanbevelingen zetten we grote stap vooruit.

 

Veiligheidsarchitectuur

Naast het rapport over de hulpverlening op 22 maart zelf, een rapport over de hulp aan de slachtoffers, en het rapport over radicalisme dat we momenteel finaliseren, lijkt me het rapport over de werking van de veiligheidsarchitectuur het meest relevant om hier even bij stil te staan.

Algemeen geldt dat de veiligheidsarchitectuur van België solide is, dat er geanticipeerd werd op nieuwe dreigingen. Ons land is zeker geen failed state, geen blunderland. We hebben als commissie dan ook altijd een hart onder de riem gestoken van de mensen op het terrein die zich dag en nacht uit de naad werken.

We hebben dus geen nood aan een wit blad. Maar er zijn wel bepaalde disfuncties, waardoor er kansen zijn gemist om daders tijdig te vatten. Die zijn te wijten aan: een gebrek aan of inefficiënte inzet van capaciteit en middelen; eilandvorming of gebrekkige samenwerking en informatie-uitwisseling binnen en tussen gerechtelijke, veiligheids- en inlichtingendiensten; inefficiënte procedures en regelgeving; beperkte internationale samenwerking; ontbreken van een integrale aanpak.

Onze aanbevelingen om hieraan te verhelpen zijn terug te brengen tot 5 krachtlijnen:

 

Wat betekent dat concreet als we deze principes toepassen?

De dreigingsanalyse blijft een prerogatief van het onafhankelijk OCAD, maar wel op basis van vaste criteria. De risico-analyse gebeurt door overheden die voortaan gestandaardiseerde maatregelen moeten kiezen. Dit moet inconsequenties verhinderen, zoals bij lockdown of op 22 maart. Denk aan het sluiten van de scholen.

Op vlak van de informatiehuishouding hebben we een groot pijnpunt vastgesteld: verschillende diensten hebben een deeltje van de puzzel, maar die worden niet uitgewisseld. De diensten zitten te weinig samen.

Daarom bevelen we een cultuuromslag aan: diensten moeten nog meer infodelen, en er komt 1 kruispuntbank die gevoed wordt door alle diensten, met een flagging systeem om ieders acties op te kunnen volgen.

Bij de inlichtingendiensten moet er een doorgedreven synergie komen tussen de staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst. Concreet gaat het om een duidelijke taakverdeling, een officieel samenwerkingsverband, een gemeenschappelijk platform om hun actieplannen te coördineren, informatie/middelen/personeel uit te wisselen… Ook hun databanken zullen waar nodig gekoppeld worden.

De informatiepositie in radicale milieus moet versterkt worden met infiltraties en toegang tot versleutelde communicatie.

De staatsveiligheid moet ook in middelen versterkt worden. In vergelijking met gelijkaardige landen is het vandaag een kleine en ondergefinancierde dienst.

Binnen de federale politie wordt de hiërarchie versterkt: de commissaris-generaal en directeurs-generaal bestuurlijke en gerechtelijke politie krijgen hiërarchische beslissingsmacht om sterkere keten van bevel te krijgen.

Het personeelskader van de federale politie moet volledig worden ingevuld. +2000 voltijdse equivalenten.

De 5 terro-FGP’s plaatsen we op gelijke voet, mét dezelfde onderzoekscultuur en strategie. Info moet verplicht tussen de FGP’s gedeeld worden. Het Federaal Parket moet hen bindende richtlijnen kunnen geven.

Er komen 5 Joint Intelligence Centres. Daarin wisselt een FGP info uit met OCAD/VSSE/ADIV. Dit is het samenleggen van de puzzelstukjes, om dan te kunnen prioritiseren. Dat tweede gebeurt in de Joint Decision Centres waarbij het federaal parket betrokken is. De eilandvorming van diensten wordt in deze twee organen dus overstegen.

Een seponering van een dossier door federaal parket moet worden medegedeeld en opgevolgd door de ‘lagere’ niveaus (Case Abdeslam).

De DJSOC wordt geherorganiseerd. De dienst moet een grotere meerwaarde bieden zowel voor centrale diensten (strategische analyses) als voor gedeconcentreerde FGP’s (tactische ondersteuning).

El Bakraoui kwam vervroegd vrij, kon naar Syrië reizen en terugkeren. De strafuitvoering wordt daarom op een aantal punten verstrengd.

Alle diensten moeten beter worden geïnformeerd over radicalisering (bv strafuitvoeringsrechtbank die info krijgt van veiligheidsdiensten) en vrijlating (aanklampend optreden mogelijk maken bv)

Er moet een uitgebreidere motiveringsplicht komen bij vervroegde vrijlating wanneer het advies afwijkt van het openbaar ministerie en de gevangenisdirecteur

Er komt een verbod op reizen voor vervroegd vrijgelaten geradicaliseerden/terroristen

Bezoekers in gevangenissen worden beter gescreend.

Naast het gerechtelijk optreden, is ook het bestuurlijke en preventieve optreden door lokale overheden en politie cruciaal. Deze 2 aanpakken moeten nauwer op mekaar aansluiten.

Bijvoorbeeld burgemeesters klaagden dat ze te weinig betrokken zijn en te weinig info krijgen. Zij staan nochtans in voor veiligheid, en kunnen bv teruggekeerde FTF’s op hun grondgebied hebben. Daarom moeten burgemeesters meer info krijgen van openbaar ministerie (bv strafregister).

Daarom moet er in elke gemeente ook een lokale integrale veiligheidscel komen, waarin alle betrokken instanties info uitwisselen om de geradicaliseerde individuen beter op te kunnen volgen en te begeleiden.

Voor lokale politie is wijkwerking cruciaal, ook het aanklampend optreden. De lokale politie moet via de kruispuntbank ook toegang krijgen tot relevante info. Schaalvergroting lokale zones. Aandacht voor diversiteit in korpsen.

Ook de aanpak van het Kanaalplan verdient navolging.

De terreurdreiging is internationaal. België begrijpt dit al jaren en is voortrekker van internationale samenwerking en info-uitwisseling. Dit moet nog intensiever.

We hebben nood aan een Europese inlichtingendienst op middellange termijn, België kan een initiatief nemen.

De staatsveiligheid moet verbindingsofficieren detacheren naar strategisch belangrijke ambassades.

Alle verbindingsofficieren van de politie moeten toegang krijgen tot de algemene nationale gegevensbank en beter samenwerken met DJSOC.

Slot

Momenteel werken we nog aan het rapport over radicalisme. Daarin bekijken we onder meer de problematiek van radicalisering in gevangenissen, de verspreiding van de radicale islam via het internet, preventie van radicalisering en deradicalisering… Dit rapport ronden we af voor half oktober. Ik dank u.

Comments are closed.