Toespraak terreuraanslagen Brussel

24 March 2016

Op 22 maart 2016 werd België getroffen door verschrikkelijke terreuraanslagen op de luchthaven van Zaventem en de Brusselse metro.

De stad Tongeren opende meteen een rouwregister.

Op donderdag 24 maart hield Kamerfractieleider Patrick Dewael een toespraak in de Kamer.

 

Voorzitter, premier, leden van de regering, collega’s,

22 maart, een doodgewone dinsdagmorgen in ons leven, op weg naar het werk of vakantie. En plots eist blinde terreur meer dan dertig levens. Verwoest ze er honderden van nabestaanden, gewonden, familie en vrienden.

Hier. Bij ons. Akelig dichtbij. Op de internationale luchthaven waar mensen van over de hele wereld, van alle religies, gezindten en kleur samenkomen. In de metro van de Europese hoofdstad.

Blinde terreur maakt geen onderscheid in haar slachtoffers. Blinde terreur wil enkel dood en angst zaaien. Blinde terreur wil ons treffen in onze vrijheid, in wie we zijn. Dat was het geval in New York, Londen, Madrid, Parijs, Istanbul, en nu ook in ons Brussel. En dat is haast dagelijks de realiteit in Syrië en Irak.

Collega’s,
Op zo’n dag als dinsdag staat de wereld even stil. Verdriet en rouw hebben hun plaats. Ik wil ons diepste medeleven betuigen aan de slachtoffers en hun nabestaanden. Tegelijkertijd wil ik onze hulpdiensten bedanken voor hun fantastisch werk. Zij hebben bijzonder efficiënt de slachtoffers in veiligheid gebracht, verzorgd, getroost. Dat is hartverwarmend. Bij zo’n verschrikkelijke daden van enkelingen, zullen er áltijd ontelbaar méér mensen zijn die hélpen.

Collega’s,

Wat nu? Die vraag dringt zich op. Nu wat niemand hoopte maar iedereen vreesde, ook écht bij ons gebeurde. De premier en zijn regering schuwen de krasse taal, de steekvlampolitiek, de oorlogstrom. Hij heeft gelijk. Na de 12 en 18 maatregelen na Verviers en 13 november moeten we niet meteen uitpakken met een bijkomend pakket. Laten we eerst onverkort uitvoeren wat we al hebben beslist. Ja, dat neemt tijd in beslag. Maar we waken scrupuleus over de balans tussen veiligheid en vrijheid. Neemt niet weg dat wetteksten nu rijp zijn om in dit parlement te behandelen.

Na de aanslagen in Parijs zei ik dat we niet zozeer een probleem hebben met onze veiligheidsarchitectuur, met onze toolbox. Inlichtingen moeten verplicht circuleren tussen de verschillende diensten en het OCAD. We weten wie gevaarlijk is. We hebben dus niet zozeer nood aan extra informatie of meer databanken. We moeten wel nagaan of in de praktijk álle info wordt gedeeld. En die figuren beter opvolgen. Daarvoor moeten we blijven investeren in middelen, mensen en inlichtingen. Ook over de voorwaardelijke invrijheidsstelling is het laatste woord nog niet gezegd. Het is goed dat de politie criminelen opspoort oppakt, en laat berechten. Het zou nog beter zijn als ze hen ook kan vasthouden.

We moeten vooral op Europees vlak vooruitgang boeken. Terroristen kennen geen grenzen. Wie beweert dat veiligheidsbeleid een exclusief nationale bevoegdheid moet blijven, dwaalt. Alleen lossen we dit niet op. Premier, We moeten dus niet alleen een nationale vuist ballen, maar ook een Europese. Dat is mijn oproep aan u en uw collega-regeringsleiders, aan de Europese Commissie. Om ook de Europese afspraken nu onverkort uit te voeren.Om niet alleen lippendienst te bewijzen aan meer uitwisseling van inlichtingen, maar het ook daadwerkelijk te doen. Nu. We vragen om hier een prioriteit van te maken. Met de 28 lidstaten als het kan. Met een aantal kernlanden in versterkte samenwerking als het moet.

Collega’s,

Tot slot wil ik de verbindende boodschap van de premier kracht bij zetten. We hebben geen nood aan polarisatie, aan achterdocht. We moeten alle burgers, ongeacht hun afkomst of overtuiging nu verenigen en verbinden. Verenigen tegen de terreur van haatzaaiende en geradicaliseerde moslimextremisten. Verbinden met onze open samenleving, onze tolerantie, onze vrijheden en grondwaarden zoals de gelijkheid van man en vrouw, de scheiding van geloof en staat, de vrije meningsuiting, het recht op zelfbeschikking. Op die pijlers is onze vrije samenleving gebaseerd. Daar geven we geen duimbreed op toe. Nooit. Nergens. En die zullen we altijd en overal verdedigen en als het kan nog scherper verankeren in onze Grondwet. Die waarden moeten we uitdragen in een sterk onderwijs, opvoeding, deradicaliseringsprojecten, in het middenveld. Alleen zo kunnen we de strijd om de hoofden winnen. We staan daarbij aan de kant van de ouders, leerkrachten, verenigingen, politie, burgemeesters die dag in dag uit de strijd met het radicalisme aangaan.

Al wat er nodig is voor de triomf van het kwaad is dat goede mensen niets doen. De strijd tegen terreur en radicalisme is een strijd van ons allen. Overheid, veiligheidsdiensten, middenveld, burgers. Tous ensemble.
Ik dank u.

Comments are closed.