Terreuraanslagen in Parijs – toespraak & media

23 November 2015

Naar aanleiding van de terreuraanslagen in Parijs op 13 november debatteerde de Kamer over deze aanslagen en de maatregelen van de Belgische regering. De toespraak van Open Vld fractieleider Patrick Dewael en zijn optredens in de Keien van de Wetstraat en de Zevende Dag vindt u hieronder.

 
Keien van de Wetstraat, 20 november 2015
Keien van de Wetstraat – 20/11/15

 
De Zevende Dag, 22 november 2015

De Zevende Dag – 22 november 2015

Toespraak in de Kamer, 19 november 2015
Toespraak Patrick Dewael – Aanslagen Parijs – 19 november 2015

Integrale toespraak:

Voorzitter, leden van de regering, collega’s,

Europa is in choque. De terreur trof opnieuw Parijs, 3 uur hier vandaan, amper 10 maanden na Charlie Hebdo.

Dit keer was ze niet gericht tegen de vrijheid van meningsuiting.

Dit keer was ze gericht tegen onszelf, tegen de burgers, tegen alles wat mensen doen in hun vrije tijd, in de beleving van hun vrijheid.

Dit keer was de terreur van gedaante verwisseld, de terreur was blind geworden.

Mijn diepste medeleven gaat uit naar allen die door dit vreselijke drama getroffen zijn.

We zijn solidair met Frankrijk.

“On est tous des Parisiens.”

Collega’s,

Dergelijke terreuraanslagen maken bang. Zaaien angst. Doen onze samenleving op haar grondvesten daveren.

En dus kijkt iedereen naar de politiek voor een duidelijk signaal, voor daadkracht.

President Hollande kondigde de noodtoestand af, sloot de grenzen, en sprak parlement en bevolking toe: “La France est en guerre.”

Maar we moeten duidelijk zijn: we zijn in oorlog met terreur. Niet met een land, een volk of wat dan ook.

We voeren een strijd tegen terroristen, tegen een totalitair waanidee.

De strijd tegen terrorisme vereist een specifieke aanpak. De strijd tegen terrorisme verschilt van een conventionele oorlog.

Collega’s, we moeten leren uit de ervaringen van de VS en het UK na 9/11. De aanslagen in Londen en Madrid. De invasie in Irak.

Onszelf in een oorlog storten ver van huis, en thuis de rechtsstaat op de helling plaatsen.

Is het dat wat we willen?

Ik pas er voor. Want dat is precies wat de terroristen beogen, dat is de val die ze spannen.

Wat we wél moeten doen is alles ondernemen wat redelijkerwijze mogelijk is binnen de contouren van een democratische rechtsstaat.

Zonder dat we onze eigen principes onderuit halen.

Een verhaal van checks & balances.

Collega’s,

De wereld kijkt naar Parijs, maar ook naar Brussel.

In januari hebben we een aanslag verijdeld. Toen werd het werk van onze veiligheids- en inlichtingendiensten geprezen.

Maar nu hebben we de Brusselse linken blijkbaar gemist.

Veel vragen dringen zich op. Hoe is het mis kunnen lopen?

Het is haast een ritueel: na elke aanslag rollen de spierballen, volgen krachtige verklaringen.

Ik ben ervan overtuigd dat ons veiligheidsarsenaal werkt.

Justitie, de veiligheids- en inlichtingendiensten hebben al veel belangrijke tools ter beschikking.

De herstructurering van de politie- en veiligheidsdiensten, met de politiehervorming, de oprichting van OCAD, het verplicht delen van informatie.

Met die architectuur waren we voorloper in Europa.

En die gaan we nu niet op losse schroeven zetten. Dat kind gaan we niet met het badwater weggooien.

Maar we moeten wel blijven investeren in dat veiligheidsapparaat. Zowel middelen als mensen.

Want onze inlichtingendiensten verstaan onvoldoende Arabisch. De computer crime unit is onderbemand in een digitaal tijdperk waarbij haatboodschappen wereldwijd worden verspreid. Onze speciale interventieteams wachten op bijkomende uitrusting.

We stellen ook vast dat we niet altijd competitief zijn met de terroristen.

Zij kopen een Kalasjnikov op de zwarte markt. De politie moet de Europese aanbestedingsprocedures doorlopen om aan haar arsenaal te geraken.

Ook de aanwerving van geschikte mensen gaat traag.

Collega’s, we hebben geen gebrek aan inlichtingen. Maar we missen nog middelen, mankracht en tools om ze te verzilveren.

We weten om wie het gaat: de geradicaliseerden, de teruggekeerde Syriëstrijders.

Maar wat doen we ermee? Hoe kunnen we ze beter opvolgen?

Hoe kunnen we ze sneller voor de rechter brengen?

Mijnheer de eerste minister, wij staan open voor bijkomende maatregelen.

Maar we passen voor een Belgische Patriot Act.

We moeten altijd het evenwicht blijven behouden tussen de veiligheid, de vrijheid en de privacy van de burger.

Nieuwe, bijkomende veiligheidsmaatregelen moeten altijd in verhouding staan tot het beoogde doel enerzijds en de rechten en vrijheden van de burgers anderzijds.

Wij zullen de voorgestelde maatregelen daarop toetsen.

Maar ik mis er alvast één belangrijke: de éénmaking van de Brusselse politie.

Ik geloof in één grote zone.

Jarenlang hebben regeringen pogingen ondernomen, maar de Brusselse politiek ligt dwars.

Door de zes politiezones samen te voegen zullen de veiligheidsdiensten meer slagkracht krijgen.

Mijn fractie zal op die nagel blijven kloppen.

België kan dus extra inspanningen doen, maar de grootste vooruitgang is te boeken op Europees niveau.

Terreur kent geen landsgrenzen.

Met een deftige uitwisseling van intelligence, buitengrenscontroles, politiewerking binnen Schengen, een diplomatie en gemeenschappelijk veiligheidsbeleid met een ruggengraat…

En dat we ons dan ook maar eens uitspreken over de banden met landen zoals Saudi-Arabië, toch nog altijd de promotor van de radicale islam, ook bij ons. Weegt de handelsbalans echt zwaarder door dan onze waarden?

Collega’s,

Onze conclusie is duidelijk.

Het apparaat werkt, maar vraagt permanente aandacht en investeringen. Zodat we kunnen bijblijven. Dat gaat geld kosten.

Maar een veiligheidspact staat boven het stabiliteitspact.

Op veiligheid staat geen prijs.

Collega’s,

Rest de vraag hoe we er voor zorgen dat deze hatelijke en gewelddadige uitwas van de Islam geen voedingsbodem meer vindt in onze open samenleving?

We moeten onze rechtsstaat, onze democratie, onze Verlichte principes, onze fundamentele vrijheden, de scheiding van Kerk en staat, de gelijkheid van man en vrouw, áltijd en ónvoorwaardelijk laten primeren.

Daar valt niet op af te dingen. Nooit. Nergens.

Wij mogen niet aanvaarden dat bepaalde individuen onze normen en waarden simpelweg naast zich neerleggen.

We moeten durven erkennen, bij naam noemen, dat er wel degelijk zulke mensen in onze samenleving rondlopen.

Mensen die hun hele leven laten dicteren door een letterlijke lezing van de Koran, door religieuze wetten die niet stroken met onze spelregels. Die kiezen voor zelfsegregatie.

Laat me duidelijk zijn: het gaat om een minderheid, een kleine minderheid.

Maar ze bestaat.

Ook bij ons hebben we veel compromissen gemaakt, toegevingen gedaan, omwille van de godsdienstvrijheid.

We horen onaanvaardbare uitspraken over vrouwen, homoseksuelen en ongelovigen.

In sommige scholen durft men niet meer te spreken over de Holocaust.

We zijn zelfs in het stadium aanbeland dat we discussiëren over gescheiden uren in openbare zwembaden voor mannen en vrouwen.

Er zijn grenzen. Hier gelden seculiere wetten en daar mogen we geen duimbreed op toegeven.

Met mensen die dat niet aanvaarden, die hun godsdienst superieur achten, met die mensen kunnen wij niet samenleven.

Collega’s, ik besluit.

Wij hebben een prachtige samenleving. Open, tolerant, vrij.

Ze bestaat slechts bij gratie van een aantal basisprincipes, spelregels.

Wie die aanvaardt en respecteert, is welkom.

Dat is altijd zo geweest, en zal altijd zo zijn, ook voor de mensen die vandaag op de vlucht zijn voor de gruwel van oorlog en terreur.

Maar wie zich daar buiten of daarboven plaatst moeten we een halt toe roepen.

Radicale elementen moeten we opsporen, begeleiden, voorkomen dat ze verder afglijden.

Met alle preventieve middelen, zoals onderwijs, straathoekwerkers, integratietrajecten, lokale politie…

Maar ook met repressieve middelen indien nodig.

In beiden moeten we investeren.

Om onze samenleving vrij, tolerant en veilig te houden. Open voor iedereen die ze omarmt.

Ik dank u.

Comments are closed.