Toespraak Wapenstilstand – 11 november ’15, Tongeren

11 November 2015

Dames en heren,

Op 11 november herdenken we het einde van de Eerste Wereldoorlog.
Nu 97 jaar geleden.
Met de jaren dreigt deze oorlog slechts een vage herinnering te worden. Verwezen naar stoffige geschiedenisboeken.
Dat mogen we nooit laten gebeuren. Ook niet wanneer de reeks herdenkingen in het kader van 100 jaar Grote Oorlog in 2018 zal eindigen.
Want 9 miljoen mensen lieten het leven in deze oorlog.
600.000 onder hen stierven op Belgische bodem, soldaten én onschuldige burgers.
Nieuwe vernietigende wapens zoals chemische zenuwgassen deden hun intrede.
En dit conflict waarbij 25 landen wereldwijd betrokken waren, droeg de kiem in zich van de volgende, zo mogelijk nog verwoestendere wereldoorlog.

Feiten en cijfers die stemmen tot nadenken. Die bewijzen hoezeer de Eerste Wereldoorlog ons land en haar geschiedenis getekend heeft. Die aantonen hoe belangrijk het is deze oorlog een prominente en permanente plaats te geven in onze herinnering.

Als stadsbestuur doen we grote inspanningen om de Eerste Wereldoorlog en de impact op onze stad en dorpen te herdenken. We schenken hierbij bijzondere aandacht aan het dagelijkse leven tijdens de oorlog, zowel van de Tongerse burger als de frontsoldaat.

In 2014 werd een uitgebreid programma gelanceerd met als hoogtepunt een boeiende tentoonstelling in De Velinx en aansluitend de publicatie “Van Moerenpoort tot Menenpoort”.
Hierop volgend verscheen nog een werk over de post tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een boeiende studie die het belang van briefwisseling aantoonde. Het enige contact tussen het front en thuis.
Ook de oorlogsdagboeken van Nicolas Theelen en zijn zoon luitenant Frans Theelen werden heruitgegeven alsook het oorlogsdagboek van pastoor Paul de Corswarem. Tenslotte wordt momenteel gewerkt aan een lijvige publicatie over de bijna duizend Tongerse oudstrijders.

Deze initiatieven brengen de ‘petite histoire’ van de oorlog opnieuw tot leven. Ze tonen hoe de mens omgaat met oorlog, overleeft, van dag tot dag.
Maar ze bevatten ook een onderliggende boodschap. De boodschap dat oorlog nooit tot iets goed kan leiden, nooit een oplossing biedt voor problemen en conflicten.
Dat we ons moeten verzetten tegen populisme, zwart/wit-redeneringen en extreme gedachten.

Ook vandaag. Nu ons land en Europa geconfronteerd worden met een vluchtelingencrisis.
Het is al te gemakkelijk om te stellen dat we niet meer kunnen doen, dat we onze grenzen moeten sluiten, dat we de vluchtelingenboten moeten terugsturen. Maar lossen we daarmee het probleem op? Helpen we daarmee de duizenden oorlogsvluchtelingen die recht hebben op bescherming? Vergroten we daarmee het draagvlak in onze samenleving voor solidariteit?
Ik denk het niet.

Volgens mij moeten we ons beleid niet enten op angst, populisme en extremisme, maar op principes zoals verdraagzaamheid, solidariteit, respect, consensus en samenwerking.
Laat dát toch een les zijn uit de Eerste Wereldoorlog, uit onze éigen geschiedenis. Toen wij zelf op de vlucht waren voor wreed geweld, op zoek naar een veilige haven.

Dames en heren,
11 november is niet alleen een dag van reflectie over vroeger en nu. Het is bovenal een dag om alle gesneuvelden en slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog en andere conflicten te eren.
Deze plechtigheden voor eeuwig blijven herhalen is het minste wat we kunnen doen, wat we moéten doen.
Uw aanwezigheid is dan ook een teken van diep respect.
Want vergeten mogen we nooit.

Laat mij daarom afsluiten met de woorden van Tongenaar Mauritz Alofs (gesneuveld te Diksmuide op 17 december 1916). Hij schreef in april 1915 : “Wat een heerlijke zomerdag heb ik vandaag beleefd. Maar het zal weldra gedaan zijn als de kanonschoten klinken en het levend bloed van jonge mensen wordt vergoten op de lentetapijten in de weiden.
Terwijl onze ouders, broers, zussen en vrienden ginder wachten, verwachten wij de dood, verminking en ziekte. En wijzelf maken ons gereed om elkaar te verminken, elkaar aan stukken te rijten. Haat en bloeddorst is in vele harten”.

Vrienden,
Ik hoop dat geen enkele Tongenaar, geen enkele mens ooit nog zulk een tekst hoeft te schrijven.

Ik dank u.

Comments are closed.