Filmrecensie ‘Son of Saul’

31 October 2015

De enige echte getuigen van het lijden, kunnen alleen de doden zijn

Son of Saul van de Hongaarse regisseur Laszlo Nemes is een bijzonder aangrijpende film over één van de meest duistere kanten van de Holocaust. De film brengt de laatste uren van Saul in beeld, een lid van een Sonderkommando-eenheid in het vernietigingskamp Auschwitz. Deze Sonderkommando’s waren kleine groepen Joden die werden afgescheiden van de andere gevangenen en onder bedreiging van de SS-bewakers moesten assisteren bij de systematische vernietiging van de Joden.
Het verhaal van de Sondercommando’s is niet zo bekend. Nochtans moet het één van de meest afschuwelijke ervaringen geweest zijn die sommige Joden moesten ondergaan. De manier waarop Nemes dit in beeld brengt kan geen ziel onberoerd laten. De beelden van de gruwel zijn vaak suggestief en flou, maar ze maken wel de essentie uit van de film. Saul moet de lijken van de vergasten uit de dodenkamer halen, de gouden vullingen uit de tanden verwijderen en de lijken vervolgens naar het crematorium brengen om ze te verbranden. Ook het opruimen van de assen behoorde tot de taken van de Sonderkommando’s. De Nazi’s noemden hen cynisch de ‘bevoorrechten’ omdat ze zogezegd in leven mochten blijven. Maar om de zoveel weken werden ook zij vergast zodat er geen getuigen meer zouden zijn. Ook Saul beseft dit.

Naast de gruwel van de Holocaust en de ‘endlösung, is er het persoonlijk verhaal van Saul dat je bij de keel grijpt. Wanneer hij het lijk van een jongetje moet opruimen, vermoedt hij dat het zijn zoon is. Hij wil dat zijn zoon ontsnapt aan de verbranding, de anonimiteit, en wil dat hij eervol wordt begraven volgens de voorschriften van zijn geloof. Het is bijzonder bevreemdend te zien hoe Saul enerzijds functionneert in een machinerie waarbij duizenden medemensen worden vermoord, en anderzijds hoe hij een enorme levensdrang put uit het willen begraven van zijn zoon. Het doet je concluderen dat de overlevingsdrang van de mens -hoe wreed de context ook- enorm groot is, en dat je die puurt uit liefde voor je naasten, versterkt door een onwrikbaar geloof. De film lijkt op die manier een antwoord te bieden op de vraag hoe mensen er in geslaagd zijn de Holocaust te overleven. Dat Saul slechts één keer lacht, op het einde van de film bij het zien van een levend jongetje dat hij voor zijn zoon houdt, bevestigt dit vermoeden.

Deze film treft je op een andere manier dan bijvoorbeeld “Schindlers’ List” van Steven Spielberg, “Amen” van Costa Gavras en “De Pianist” van Roman Polanski. Die films spelen volgens mij te veel in op de clichés rond de Holocaust. “Son of Saul” ligt meer in de lijn van “Shoah” van Claude Lanzmann en de documentaire “De Laatste Getuigen” van Luckas Vander Taelen. Dat zijn verhalen die het meer moeten hebben van persoonlijke verhalen en emoties, authentieke getuigenissen en indringende beelden. Bij “Son of Saul” beseft de kijker dat een toekomstige dode aan het woord is. Iemand die beter dan wie ook de hel van Dante kan begrijpen en beschrijven. Holocaust-overlever Primo Levi schreef in zijn boek “De verdronkenen en de geredden” dat “de enige slachtoffers die echt zouden kunnen getuigen van het lijden, alleen de doden zijn”. Wel, in deze film krijg je als kijker meer dan ooit het gevoel dat je je in de schoenen van Saul bevindt. Het nerveuze en onrustige camerawerk dat letterlijk op het lijf zit van Saul, draagt daar ongetwijfeld aan bij. Je ervaart zélf het drama waarin hij zich bevindt. En bovenal de verstikkende onmacht.

Tot slot wil ik het immens belang van films zoals “Son of Saul” onderstrepen. Omdat ze de gruwel van de Holocaust beenhard verbeelden. Echt weten, laat staan begrijpen wat miljoenen mensen in hun laatste uren hebben doorstaan, zal nooit mogelijk zijn. Maar ik kan me inbeelden dat deze film akelig dichtbij komt. Films als deze houden de donkerste pagina uit de menselijke geschiedenis in leven. En dat is nodig, ook al zijn de feiten nog maar 70 jaar geleden. Ik citeer opnieuw Levi: “De vernietigingskampen zijn het product van een met uiterste consequentie in praktijk gebrachte wereldbeschouwing; zolang die wereldbeschouwing bestaat, dreigen ons de consequenties. De geschiedenis van de vernietigingskampen dient door ieder mens begrepen te worden als een sinister alarmsignaal.” In mijn boek ‘Wederzijds respect, de gevaren van het Blok’ uit 2001 schreef ik al dat elementen van die wereldbeschouwing ook vandaag nog bestaan. Iedereen zou deze film dus moeten bekijken. Om nooit te vergeten.

Deze recensie verscheen in De Morgen van 31 oktober 2015.

Comments are closed.