Opinie: Vrijhandelsverdrag met VS is geen uitverkoop aan ‘corporate America’

12 June 2015

Recent was EU-handelscommissaris Malmström te gast in de Kamer om er toelichting te geven bij het ‘Transatlantic Trade and Investment Partnership’. ‘T-TIP’ is een ambitieus vrijhandelsakkoord dat de handel en investeringen tussen Europa en de Verenigde Staten krachtig moet stimuleren. En vrijhandel heeft die kracht om vooruitgang en welvaart te creëren, ook voor ons land. Het volume van de wereldhandel steeg de laatste 15 jaar met meer dan de helft. Het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Zuid-Korea zorgde bijvoorbeeld voor een toename van de Europese uitvoer met 35%. Eén op de zes Belgen heeft zijn job te danken aan Europese export. De eindbalans van deze toegenomen handelsstromen komt voor alle burgers neer op meer groei, meer jobs, meer welvaart.

Nochtans krijgt T-TIP af te rekenen met een hardnekkige oppositie van andersglobalisten, vakbonden, consumenten- en milieuorganisaties die vrezen dat het een paard van Troje is, een uitverkoop aan ‘corporate America’. Sommige bezorgdheden zijn terecht, maar al bij al dreigen ze het grotere plaatje uit het oog te verliezen en het kind met het badwater weg te gooien. Het wordt dringend tijd dat het belangrijke maatschappelijk debat over T-TIP en vrijhandel opnieuw over feiten en reële bezorgdheden gaat, en niet over populistische fabels.

Kansen voor Europese bedrijven

Concreet onderhandelen de twee grootste economische blokken ter wereld over het wegwerken van douanetarieven en onnodige administratieve barrières. Dat betekent onder meer het beter op elkaar afstemmen van Europese en Amerikaanse regels. Zo neemt T-TIP een groot aantal belemmeringen weg, waardoor sectoren waarin België wereldleider is, zoals de farmacie of de baggeraars, niet langer kansen missen op de Amerikaanse markt. T-TIP creëert echter vooral opportuniteiten voor KMO’s omdat zij het meeste last hebben van administratieve kluwens, ‘red tape’ en afwijkende standaarden. Een voorbeeld: een Europese producent van elektrisch gereedschap heeft tot 15% hogere kosten omdat hij voor twee identieke machines bijvoorbeeld verschillend gekleurde bedrading moet gebruiken. Dergelijke belemmeringen behoren binnenkort tot de verleden tijd.

Behoud van standaarden en democratische controle

De tegenstanders betogen echter dat deregulering leidt tot het slopen van onze hoge Europese standaarden, waarvan de burger en consument het slachtoffer zijn. Ze hebben angst voor een ‘race to the bottom’ van sociale en milieuregelgeving. Kiest de Verenigde Staten immers niet voor een ‘risicogebaseerde aanpak’, waarbij stoffen worden toegelaten zolang hun schadelijkheid niet is aangetoond? Ja, en ook de Wereldhandelsorganisatie doet dat, waardoor de EU al enkele veroordelingen heeft opgelopen.

De Commissie onderhandelt echter niet met een blanco cheque, maar met een duidelijk mandaat. Zo houdt ze vast aan het ‘voorzichtigheidsprincipe’ waardoor bepaalde stoffen pas mogen gebruikt worden indien hun onschadelijkheid is aangetoond. Daarenboven is de Commissie onderworpen aan de democratische controle van het Europees Parlement, de Raad en de parlementen van de lidstaten. Zij wordt geacht te onderhandelen in het belang en niet op de kap van consumenten en producenten. Of zoals Malmström zelf zei: “C’est n’est pas Business Europe qui négocie, c’est moi.” Daar zal ook Open Vld in de Kamer en in het Europees Parlement ook nauwlettend op toezien.

ISDS, een kwestie van rechtszekerheid

Het felst bestreden onderdeel van T-TIP is de ‘investor-to-state dispute settlement’-clausule die voorziet in arbitragemechanisme tussen een investeerder en overheid in geval van een conflict. Deze standaardprocedure is bedoeld om grotere rechtsbescherming te bieden aan Europese bedrijven in rechtsonzekere landen. Natuurlijk zijn de lidstaten van de EU en de Verenigde Staten van Amerika geen landen waar grote rechtsonzekerheid heerst, maar we kunnen niet met twee maten en gewichten meten. Als we ooit zo’n mechanisme willen om Europese bedrijven te beschermen tegen pakweg een wispelturige Chinese overheid, dan moeten we de standaard zetten en dat mechanisme ook voorzien in het grootste vrijhandelsakkoord. Uiteindelijk gaat het om niets meer of minder dan het toezicht op en de correcte toepassing van wat men in het vrijhandelsverdrag overeen komt. Uiteraard moet de onafhankelijkheid van de arbiter gewaarborgd zijn. Eind mei kwam er in het Europees parlement een akkoord tot stand over een hervormd arbitragesysteem met meer kenmerken van een traditionele rechtbank, zoals bijvoorbeeld vastbenoemde rechters, een beroepsprocedure en publiek toegankelijke hoorzittingen. Parallel werkt de Commissie verder aan een multilateraal investeringsarbitragehof met vaste rechters.

The bigger picture

90 procent van de wereldwijde economische groei zal de komende 15 jaar buiten de EU worden gecreëerd. Dat is een harde realiteit. Maar de EU en VS hebben met het T-TIP een mooie kans om hun positie op het economisch wereldtoneel te bestendigen. Sterker nog, we zullen onze hoge standaarden net kunnen vrijwaren en opleggen als model voor in de wereldhandel. Ofwel nemen we het voortouw, ofwel blijven we langs de zijlijn toekijken hoe de spelregels elders worden bepaald. Wie TTIP verwerpt, kiest niet voor het status quo, maar voor achteruitgang. Laten we vooral ook niet uit het oog verliezen dat het economische trans-Atlantische blok een sterkere positie zal verwerven op het geopolitieke schaakbord.

Kortom: T-TIP bevordert onze welvaart en groei door een vrijere handel, maar het is géén vrijgeleide voor de VS om Europese regels, bijvoorbeeld op vlak van voedselveiligheid, te omzeilen. Integendeel, T-TIP zal ons toelaten onze burgers en waarden te beschermen. Het zorgt voor goesting om internationaal te ondernemen zonder zomaar z’n goesting te doen. Wij kiezen alvast voor die waakzame, open blik naar de wereld waarin wij als Europeanen onze rol willen en kunnen blijven spelen. Globalisering gaat verder, met of zonder TTIP. De keuze is dan ook aan ons: willen we de globalisering langs de zijlijn ondergaan of bepalen we mee het spelverloop op het terrein?

Dit opiniestuk van Patrick Dewael (Kamerfractieleider), Lode Vereeck (Senator) en Philippe De Backer (Europarlementslid) verscheen op www.tijd.be.

Comments are closed.