Opinie: "Investeer in springplanken, niet in witte olifanten"

25 March 2015

Om het investeringsplan-Juncker tot een succes te maken, moet Europa haar barrières slechten en middelen zoeken zonder groei en innovatie te hypothekeren. De lidstaten staan voor een grotere uitdaging. In plaats van de schuiven met verkiezingsbeloften leeg te maken, zullen ze in breed overleg investeringsprojecten moeten klaarstomen die private investeerders kunnen verleiden.

 

Sinds de financiële crisis kampt de EU met een pijnlijk laag investeringsritme, waardoor we een economische doorstart en duurzame groei op het spel zetten. De economie moet vertrouwen herwinnen. Begrotingsdiscipline en structurele hervormingen, een soepel monetair beleid en een heus investeringsplan van de commissie Juncker moeten daarbij helpen. Maar enkele maanden na de lancering van het plan-Juncker, is het duidelijk dat zowel de EU als haar lidstaten uit hun pijp zullen moeten komen om dat plan te doen slagen.

 

Iedereen is het er over eens dat Europese landen moeten investeren in toekomstgerichte sectoren en belangrijke infrastructuurprojecten. Voorwaarde 1 is dan dat de EU de bestaande barrières in bijvoorbeeld de digitale, kapitaal-, transport- en energiemarkt wegwerkt. Zo zijn er nog steeds 28 afzonderlijke telecommarkten -roaming anyone?-, is investeren in het buitenland nog altijd te complex en staat de connectiviteit tussen landen op de energiemarkt nog steeds in de kinderschoenen. Als Europa niet verder integreert, willen bedrijven niet investeren in ons onaantrekkelijk lappendeken.

 

Daarnaast moet de commissie voor haar investeringsplan een werkbaar kader en financiering uittekenen. Het is in deze tijden positief dat Juncker naar middelen uit de bestaande begroting kijkt om het waarborgfonds van 21 miljard te vullen. Maar je kan niet geld simpelweg weghalen bij projecten die gelijkaardige toekomstgerichte doelen ondersteunen. Horizon2020 maakt baanbrekend onderzoek en innovatie mogelijk, terwijl Connecting Europe Facility grensoverschrijdende connectiviteit in de energie, transport en digitale markten stimuleert. Juncker moet elders in de Europese begroting zoeken naar middelen. Met de niet-gebruikte euro’s uit goed gespijsde cohesie-en landbouwfondsen komt hij al een heel eind.

 

Voor elke euro die Europa op tafel legt, verwacht ze 15 private euro’s los te weken. Voluntarisme is een deugd, maar er zal dus minstens evenveel overtuigingskracht nodig zijn. Duidelijke en gestroomlijnde regels rond publiek-private samenwerkingen zijn onontbeerlijk. Investeerders verwachten van Europa ook rechtszekerheid, duidelijke criteria, een objectieve selectieprocedure en nauwe betrokkenheid. Alleen zo kunnen we verzekeren dat overheids- en vooral privaat geld vloeit naar economische springplanken, in plaats van onhaalbare verkiezingsbeloften die witte olifanten worden.

 

Het is aan de lidstaten om projecten voor te leggen die een duidelijke meerwaarde bieden voor de samenleving, economie en investeerder. Momenteel slaagt België daar nog niet in. De federale en gewestregeringen hebben al hun schuiven leeggemaakt. 77 miljard euro aan projecten, of een kwart van het hele fonds! Opnieuw, voluntarisme is een deugd, maar realiteitszin evenzeer. Premier Michel beloofde in de Kamer op onze expliciete vraag alvast een nieuwe lijst op te stellen met de deelstaten.

 

Voor de toekomst van ons land, is die oefening eigenlijk minstens even belangrijk als pakweg een begrotingscontrole. We vragen dan ook dat ze grondig gebeurt. Bottom-up. Onze regeringen moeten een lijst opstellen in intensieve dialoog met potentiële investeerders, met innovatieve bedrijven en onderzoekers, met burgerplatformen, met de parlementen, en uiteraard ook met elkaar bij voorkeur in het overlegcomité. Alleen zo kunnen we een goede lijst voorleggen met prioritaire, noodzakelijke, baanbrekende maar ook goed voorbereide projecten met een draagvlak en meerwaarde voor ons land, Europa en investeerders.

 

Die projecten kunnen concreet zijn, zoals de bouw van de Oosterweel met eventuele overkapping om onze logistieke ambities, vlotte mobiliteit en leefbaarheid te verzoenen. Die projecten kunnen internationaal zijn, zoals de uitbreiding van de energie-interconnecties. Zodat Britse wind, onze oven kan warmen. Die projecten moeten vernieuwend zijn, want echte vooruitgang in wetenschap en innovatie, boek je per definitie met trial & error. Dat weet een land als België dat ooit aanvoerder was van de Europese innovatie-index. Instituten als het VIB, IMEC, Vito en EnergyVille spelen vandaag mee aan de Europese en wereldtop. Laten we hen helpen hun uitvindingen sneller naar de markt en consument te brengen.

 

Het mag duidelijk zijn: het Juncker-plan heeft potentieel om te verworden tot een hefboom die onze Europese samenleving en economie zal verbinden, innoveren en doen groeien. Maar dan moeten Europa en de lidstaten zelf eerst aan de bak. There is no such thing as a free lunch.

 

Dit opiniestuk van Patrick Dewael & Philippe De Backer verscheen in de Tijd van 25 maart 2015.

Comments are closed.