Opinie: Europa, geef perspectief en u zal gezond worden

2 January 2015

Europa zit gewrongen. Enerzijds legt het haar lidstaten zware saneringen en een ijzeren budgettaire discipline op, noodzakelijk om het vertrouwen in de economie en munt te ondersteunen. Anderzijds dreigt die sanering het democratisch draagvlak uit te hollen en economische groei en investeringen de nek om te wringen, nochtans minstens even noodzakelijk om uit het moeras te geraken. Maar sluiten beide politieken mekaar wel uit, vraagt Patrick Dewael zich af?

Tijdens mijn studententijd was Europa een enthousiasmerend en hoopgevend project. De ‘ever closer union’ deed de economie van elke lidstaat ongezien groeien en de verstrengeling op economisch en politiek vlak maakte van Europa niet alleen een vreedzaam, maar ook internationaal zelfbewuster continent.

Vandaag schiet er van dat vooruitgangsoptimisme en wervend project nog maar weinig over. Of zo lijkt het althans. Eén financiële kortsluiting volstond om het Europese huis in lichterlaaie te zetten. Niet moeilijk, gezien de fundamenten voor de economische en muntunie ontbraken. Europa verwerd na 2008 tot een boeman, de sanerings-nv Barroso-Rehn, die enkel nog oog had voor het respecteren van schuld- en begrotingsregels die het nota bene eerder nooit had afgedwongen. Het project van economische groei geraakte ondergesneeuwd onder het verstikkende schuim van de blusapparaten.

Ja, lidstaten moeten begrotingen in evenwicht brengen en hun schulden beheersbaar maken. Ja, lidstaten moeten structurele hervormingsmaatregelen treffen. Bindende Europese regelgeving zoals de 2-pack, 6-pack, Stabiliteits- en Groeipact en het Europees Semester… zijn dus noodzakelijk. Niet om de cijfers te doen kloppen, maar om het economisch weefsel van de lidstaten te versterken, hun sociale welvaartsstaat te ondersteunen, maar ook om de Eurozone en EU als geheel te versterken.

Lidstaten zouden dus moeten inzien dat saneren en hervormen in hun eigenbelang is. De regering Michel I neemt wat dat betreft haar verantwoordelijkheid en geeft verder uitvoering aan talrijke beleids- en hervormingsaanbevelingen waardoor we onze verplichtingen nakomen. Ierland zette met hulp van de Trojka orde op zaken en is nu een van de meest innovatieve en groeiende economieën van de Eurozone. Griekenland is dan weer het schoolvoorbeeld van hoe het niet moet. Deze week bleek daar nogmaals dat er grenzen zijn aan het incasseringsvermogen van een democratie onder curatele van Washington en Brussel. En als alle EU-leiders morgen in koor zeggen hoe de Grieken moeten stemmen, zullen die dat advies gegarandeerd aan hun laars lappen.

De Griekse les leert ons dat niet alleen de lidstaten, maar ook Europa haar verantwoordelijkheid moet opnemen, moet uitstijgen boven haar imago van boeman door opnieuw perspectief te geven. Een basisvoorwaarde is dat de bouwstructuur van de unie wordt afgewerkt, met een stabiel kader voor de munt, de banken, budgettair en transparant fiscaal beleid… Daarnaast heeft de EU nood aan nieuwe vrijhandelsakkoorden en een verdere integratie van de markten. Ik denk dan bij uitstek aan energiemarkt, maar ook de digitale, telecom, transport en andere diensten. Zo’n integratieturbo creëert jobs, trekt investeringen aan en stimuleert dus economische groei. Commissievoorzitter Delors bewees dat al eind jaren ’80. Maar absoluut onontbeerlijk voor een Europese groeistrategie zijn investeringen. Duizenden KMO’s willen groeien, maar vinden geen investeerders. Duizenden infrastructuurprojecten wachten op uitvoering, maar overheden hebben geen geld. Duizenden miljoenen aan privaat kapitaal slapen op spaarboekjes, maar geraken niet gemobiliseerd in dit precair klimaat.

Commissievoorzitter Juncker heeft dat begrepen en lanceerde een voluntaristisch investeringsplan ten belopen van €315 miljard, gestut door €21 miljard Europese fondsen die moeten dienen als hefboom voor private en publieke investeringen. Maar tussen droom en werkelijkheid zijn er heel wat obstakels. Niet in het minst -oh ironie- de eigen Europese budgettaire regels. Een voorbeeld: Vlaanderen kan niet investeren in pakweg het ontwarren van de Antwerpse verkeersknoop, de bouw van de Limburgse Noord-Zuidverbinding of andere projecten die de economie onmiskenbaar een enorme boost zouden geven, zonder haar begroting te laten ontsporen.

Lossen we dit op door flexibeler om te springen met de 3%-regel en massaal overheidsgelden te investeren? Ik denk het niet. Dan zou het vertrouwen in de euro opnieuw zoek geraken. Noteer ook dat die 3% al een versoepeling inhoudt van de budgettaire orthodoxie, die ruimte laat voor investeringen. Dat toont aan dat hervormen hand in hand gaat met investeren. Want een begroting in evenwicht geeft je enkele procenten van het BBP ruimte om te investeren in cruciale infrastructuurprojecten en groeisectoren.

Om van het Europees investeringsfonds een succes te maken en effectief de beoogde €315 miljard te mobiliseren, moet er in de eerste plaats privaat kapitaal over de brug gehaald worden. En het zijn de lidstaten die daarin een sleutelrol moeten spelen. Enerzijds moeten ze borg staan voor een aanzienlijk aandeel van de investeringsrisico’s. Daarnaast moeten lidstaten investeringen fiscaal begunstigen zodat die Europese investeringsobligaties interessanter worden dan het spaarboekje. Want laten we niet vergeten dat er op de Belgische spaarrekeningen een slordige €250 miljard slaapt, geld dat niet wordt aangewend voor de reële economie.

Ik geloof in de derde weg tussen het Europa van de blinde besparingen, saneringen en de harde cijfers enerzijds en het Europa van de open geld- en schuldenkraan anderzijds. Geen van beide ideologische paardenmiddelen zal de kwaal verhelpen. Zowel de lidstaten als de EU moeten hun respectieve verantwoordelijkheid opnemen. Saneren, hervormen, relance en investeren zijn het werk van alle overheidsniveaus; een en-en-verhaal, noodzakelijkheden die mekaar niet mogen uitsluiten, maar net moeten versterken. De EU moet even geloofwaardig worden op vlak van investeringen en relance, als ze is op vlak van austeriteit. Europa, geef perspectief, en u zal gezond worden.

 

Dit opiniestuk verscheen in De Standaard van 2 januari 2015.

Comments are closed.