We hebben nood aan meer liberalisme

11 April 2014

Sinds zowat veertien jaar leven we in een periode van pessimisme. De terreuraanslagen van 9/11, de globalisering, de opmars van China, de toenemende migratiegolven, de ecologische rampspoed, de bancaire crisis sinds 2008 en de daaruit voortvloeiende Eurocrisis hebben heel wat angst en onzekerheid door onze samenleving gejaagd. Zij zijn een boost voor conservatieve, religieus geïnspireerde, nationalistische en populistische partijen die zich keren tegen het individualisme, het liberalisme en de vrije markt. Zij verdedigen een nieuw groepsdenken dat het individu opnieuw ondergeschikt maakt aan een gemeenschap, een geloof, een volk of een andere collectiviteit. Ze staan wantrouwig tegenover de Europese Unie, de globalisering en het kosmopolitisme, en bepleiten een terugtrekking op ‘onze’ eigen collectieve identiteit. Ze maken de mensen wijs dat we uit de crisis geraken door ons terug te trekken achter de eigen grenzen, door vast te houden aan verworven rechten en door terug te grijpen naar vroegere gewoontes en tradities. Ze willen de vrije markt weer aan banden leggen, consuminderen en met meer regels het leven van mensen sturen.

Liberalen zijn het daar niet mee eens. Wij blijven geloven in het individualisme als sterkste motor voor vrijheid, vooruitgang en algemene welvaart. De gigantische uitdagingen waarmee we geconfronteerd worden, lossen we niet op door ons terug te plooien op het verworvene, het gekende, het collectieve. Wel door het individu, met zijn of haar initiatief, vindingrijkheid en vooruitgangsdrang, vrij te laten. Door het vizier op de wereld in plaats van de eigen navel te richten. Want liberalen verdragen per definitie geen grenzen.

Dat individualisme heeft niets te maken met egoïsme – daar zet ik mij net zozeer tegen af als anderen – maar alles met het recht op zelfbeschikking. Voor liberalen heeft elke mens, man of vrouw, het recht om zelf te beslissen over belangrijke zaken in zijn leven. ‘De enige reden waarom men rechtmatig macht kan uitoefenen over enig ander lid van een samenleving, tegen zijn of haar zin, is de zorg dat anderen geen schade wordt toegebracht’, aldus de liberale filosoof John Stuart Mill. Dat bakent de grens van de vrijheid, van het recht op zelfbeschikking en van de vrije markt duidelijk af. Je bent vrij om te denken en te handelen voor zover je geen schade toebrengt aan anderen, inclusief de toekomstige generaties.

In die zin bestaat er dus geen absolute vrijheid los van de samenleving waarin men zich beweegt. Vrijheid en plichten ten aanzien van medemensen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Individualisme is niet tegengesteld aan solidariteit. Integendeel, om tot een ware solidariteit te komen, zijn de autonomie en de wilsbeschikking van het individu juist noodzakelijk. En solidariteit is dan weer nodig om kansen te geven aan diegenen die niet in staat zijn om over zichzelf te beschikken. Het is juist binnen een gemeenschapsdenken, binnen een groep, binnen een collectiviteit dat mensen hun persoonlijke verantwoordelijkheid ten aanzien van anderen opgeven en rekenen op de overheid om zwakkeren te helpen. De dramatische gevolgen daarvan hebben we kunnen vaststellen in de voormalige (en huidige) communistische landen en volksrepublieken. Liberalen gruwen van opgelegde collectieve identiteiten, want elke mens heeft het recht om zelf zijn identiteit te bepalen.

Individualisme en het daarmee verbonden liberalisme zijn niet waardenvrij. Het erkent de morele grenzen van de vrijheid en het belang van de vrijheid en gelijkwaardigheid van de medemens. Het wil de samenleving zo inrichten dat mensen de kansen en mogelijkheden krijgen om voor zichzelf uit te maken wat goed voor hen is, zonder dat dit ten koste gaat van anderen. En het is pas vanuit die toestand dat het individu in staat is en wordt aangezet om ook de positie van de medemens te bevorderen. De ‘autonome’ mens erkent zijn medemens niet alleen uit compassie, uit sympathie of ‘om een goed gevoel te beleven’, hij kent ook een ‘plicht’ jegens anderen. Die plicht om er als mens ‘te zijn voor anderen’ is onvoorwaardelijk en vervalt niet omdat iemand geen rechten kan doen gelden op andermans hulp. Op die manier zit in het begrip vrijheid een opdracht verborgen: je kunt ethisch handelen, want het is je plicht. Het is een universele zedelijke wet die je als mens verplicht te doen wat je hoort te doen. De autonomie van het individu is dus gekoppeld aan een plicht tegenover anderen. Een plicht die verder gaat dan een formeel sociaal contract waarbij mensen enkel verplichtingen hebben ten aanzien van anderen voor zover ze vooraf bindende afspraken met elkaar hebben gemaakt. Vele individuen handelen dus samen in het algemeen belang, spontaan beter dan onder dwang.

Recht op eigen verbeelding
Liberalen verwerpen een teveel aan regels en lasten die de inzet, creativiteit en motivatie van mensen afremmen. In die zin staan we wantrouwig tegenover pleidooien voor consuminderen die er steeds op neerkomen dat een centraal gezag beslist wat we wel of niet mogen doet, die de keuzevrijheid inperkt en mensen dwingt een ‘ideale’ levenswijze te volgen. Wij geloven dat de mens in staat is om via zijn of haar creativiteit nieuwe oplossingen te vinden voor bestaande problemen. Wij zien de vrije markt als de beste manier om welvaart, welzijn én een beter milieu te scheppen. Maar het moet dan wel gaan om een echte vrije markt, die werkt binnen een ethisch en moreel kader, met een minimum aantal regels op het vlak van veiligheid, concurrentievermogen, gezondheid, het sociale en het ecologische.

Vanuit een liberale maatschappijvisie verwerpen we de toenemende druk om steeds meer zaken en handelingen te verbieden. We geloven dat het beter is om mensen te empoweren zodat ze bewuster goede keuzes maken. Daarvoor zijn onderwijs, kunst en cultuur van essentieel belang. Empowerment begint op de school, door elk kind te laten proeven van die enorme schat aan wijsheid en kennis die we in de loop van de geschiedenis hebben opgedaan. Die kennisoverdracht is noodzakelijk om zich vrij te kunnen ontwikkelen tot kritische, inventieve en toekomstgerichte volwassene. De overheid kan daarbij helpen, niet door het denken en handelen in te bedden in een voorgekauwde visie, maar door het kader te scheppen waarbinnen mensen al hun mogelijkheden kunnen ontplooien.

Vandaar ook het belang van hedendaagse kunst, van tolerantie en openheid tegenover andersdenkenden, van interesse voor vreemde culturen en talen, en van de noodzaak om grenzen af te breken. Liberalen vinden deze hedendaagse kunst zo belangrijk omwille van het controversiële, het tegendraadse, het constant in vraag stellen, het verleggen van grenzen. Hedendaagse kunst poogt de contouren uit te tekenen van wat de samenleving morgen zou moeten zijn, of opent daarover op zijn minst het debat. Dat is ook wat liberale politici pogen te doen. Zo’n visie op cultuur staat veraf van of zelfs haaks op een nationalistisch en populistisch gedachtegoed die ‘volksverbondenheid’ en de eigen taal centraal stellen. Ze staat ook veraf van het verstikkende ‘socialistische realisme’ van de collectivisten, dat kunst en cultuur gebruikt als propagandamolens voor de bewindvoerders en zich tegen elke vorm van avant-gardisme keert. Liberalen zetten in op het individualisme waarin elke kunstenaar recht heeft zijn eigen verbeelding weer te geven, gevestigde machtsstructuren in vraag te stellen en nieuwe, ongekende wegen te openen. Kunst en cultuur verdragen geen betuttelend en bekrompen nationalisme en provincialisme.

Een liberale samenleving is geënt op burgerdemocratie. Wij hebben geen nood aan een overheid die het hele leven van de burger in verstikkende regels poogt te vatten. Er zijn grenzen aan de maakbaarheid van mens en samenleving. Al te veel regels ondermijnen alleen maar het vertrouwen in die overheid. Ook overdreven en gedwongen solidariteit zijn contraproductief voor een burgerdemocratie, omdat die dwang het draagvlak enkel onderuit haalt en onverschillig maakt. Mensen zijn graag solidair in systemen die transparant zijn en waarvan de resultaten zichtbaar zijn. Een volwassen burgerdemocratie impliceert rechtstreekse banden tussen mensen onderling en burger en overheid. Ze behoeft ook een versterkt democratisch systeem, onder meer op Europees niveau, zodat politici echt verantwoording afleggen aan hen aan wie zij hun macht ontlenen.

Het liberalisme als een ideologie die mensen vrijheid geeft, maar tegelijk appelleert aan hun verantwoordelijkheid ten opzichte van de medemens en hun omgeving: dat is waarvoor Open Vld en ik staan. In onze Toekomstverklaring en programmacongres dragen wij deze visie uit, niet alleen in Vlaanderen maar ook Europa. Het liberalisme wil de Verlichtingsidealen verder uitdragen en universeel van toepassing maken. We willen het recht op zelfbeschikking en de keuzevrijheid vergroten, zeker voor de miljoenen mensen in de wereld die daar alleen maar van kunnen dromen. Daarvoor moeten we de EU en de globalisering niet bestrijden, maar juist omarmen. We hebben nood aan veranderingen tegen alle conservatieve krachten in die vasthouden aan onmenselijke tradities en gewoontes, aan verworven rechten, aan het egoïstische ‘eigen volk eerst’ principe. We moeten ons niet opsluiten achter grenzen, maar ze openbreken. Ons klein Vlaanderen was het succesvolst op ogenblikken dat het met een open geest en blik naar de wereld keek en niet bevreesd was voor andere invloeden of uitdagingen. Het liberalisme stelt de mens centraal. Niet de winst, niet de economie, niet de markt, niet de staat, niet een collectief, niet een geloof, niet een volk, niet een ras. Alleen de mens en zijn vrijheid om zelf keuzes te maken. We hebben nood aan meer liberalisme.

Comments are closed.