Speech Dewael aan concertzaal Bataclan, Parijs, 20 juni 2016

20 June 2016

Op 20 augustus brengt de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart een werkbezoek aan de Franse onderzoekscommissie naar de aanslagen van 13 november in Parijs.
Voormiddag vond een huldemoment plaats aan de concertzaal Bataclan waar op 13 november 2015 tientallen onschuldige mensen werden afgeslacht.
Commissievoorzitter Patrick Dewael sprak volgende woorden.

 

Dames en heren,

Ik heb zonet namens de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers een rouwkrans neergelegd. Hiermee betuigt het hele Belgische volk haar medeleven aan de vele slachtoffers, hun familie en vrienden. Niet alleen de slachtoffers van die vreselijke 13 november. Die werden afgeslacht hier in concertzaal Bataclan, op een terras, of aan het voetbalstadion. Maar ook de slachtoffers van de aanval op Charlie Hebdo, de Joodse supermarkt, of recent nog op twee politieagenten.

Blinde terreur maakt geen onderscheid in haar slachtoffers. Blinde terreur kent geen grenzen. Blinde terreur wil enkel dood en angst zaaien. Wil ons treffen in onze vrijheid, in onze manier van leven, in wie we zijn. Dat was het geval in New York, Londen, Madrid, Parijs, in ons Brussel en vorige week ook in Orlando.

Maar de waarden die ons verbinden, zijn zo veel krachtiger dan die dodelijke haat. Onze democratie en rechtsstaat; onze vrijheid van meningsuiting; ons recht op zelfbeschikking; onze gelijkheid van man, vrouw en holebis; onze godsdienstvrijheid en scheiding van geloof en staat; onze tolerantie en solidariteit. Deze ideeën krijgt niemand kapot, zolang we ze samen blijven verdedigen en uitdragen.

Dat brengt onze twee nationale volksvertegenwoordigingen vandaag samen. Wanneer een samenleving wordt aangevallen, spelen parlementen een belangrijke rol. Zij nemen het voortouw als baken van de democratie. Zij maken als wetgevende macht een vuist tegen de dreiging. Zij bieden met onderzoekscommissies een antwoord op de vele vragen na dergelijke schokkende gebeurtenissen.

Het lucht misschien op om dan met vingers te wijzen. Maar we zullen deze strijd tegen terreur enkel winnen door samen te werken. Samen werken tussen landen onderling, zoals Frankrijk en België. Met een gezamenlijk gerechtelijk onderzoek, met onze beide parlementaire onderzoekscommissies. Maar ook door samen te werken op Europees niveau. Met een doorgedreven uitwisseling van inlichtingen, met het gezamenlijk beheer van de buitengrenzen, met meer politiesamenwerking.

We moeten als parlementen alles in het werk stellen om de veiligheid te verzekeren, zonder onze rechtsstaat en democratie zélf op de helling te plaatsen. Tegelijkertijd moeten we ook de voedingsbodem voor terreur wegnemen. Dat kan alleen door een inclusief en emanciperend beleid.

Dat zijn we aan de slachtoffers en hun nabestaanden verschuldigd. Dat is onze plicht als vertegenwoordigers van het volk. Laten we vandaag samen werk van maken van ons gemeenschappelijk antwoord op de haat.

Ik dank u.

Dewael legt ontwerp van preambule op de Grondwet neer

9 June 2016

Patrick Dewael heeft in de commissie Grondwet een ontwerp van preambule op onze Grondwet neergelegd, samen met een resolutie waarin hij de artikelen opsomt die voor herziening vatbaar moeten verklaard worden. “Met beide initiatieven wil ik onze fundamentele grondwaarden een prominentere plaats geven in de Grondwet.” Dewael wil ook de burger betrekken in dit debat.

Sinds begin dit jaar buigt de commissie Grondwet zich op vraag van Dewael over het karakter van de staat en de fundamentele waarden van de samenleving. “De afgelopen maanden zijn op verschillende manieren een kantelmoment geweest voor de bewustwording dat onze maatschappij nood heeft aan een diepgaand debat over wat ons bindt in dit land, over de principes waar onze rechten en vrijheden op gebaseerd zijn, over de rol van de democratie, over de rechtsstaat.”

Volgens de liberale fractieleider moet dat karakter van de staat neutraal zijn. Principes zoals de vrijheid van meningsuiting, het recht op zelfbeschikking, de scheiding van geloof en staat en de gelijkheid van man en vrouw zijn volgens hem wel vervat in de grondwet, maar helaas niet altijd even expliciet. “Dat leidt in de praktijk tot onduidelijkheden en conflicten tussen bepaalde principes zoals de godsdienstvrijheid en de scheiding van geloof en staat. Denk bijvoorbeeld aan de vraag om gescheiden uren voor mannen en vrouwen in openbare zwembaden of het dragen van religieuze tekens als ambtenaar. Nu oordelen rechters over deze vraagstukken, het is beter dat we de Grondwet voldoende duidelijk maken”, aldus Dewael.

Waarden versterken in preambule en grondwetsartikels
De commissie Grondwet organiseerde de afgelopen maanden hoorzittingen met diverse filosofen en grondwetspecialisten. “Daaruit bleek dat onze Grondwet wel wat verduidelijking kan gebruiken. Dat kan door middel van het herformuleren van bepaalde artikels, maar ook door toevoeging van een preambule waarin we onze fundamentele samenlevingsregels helder formuleren. De meeste Europese landen hebben reeds zo een preambule.”

Dewael legt vandaag zelf zo een ontwerp van preambule voor aan de commissie Grondwet om het debat verder te zetten. Hij legt aan de commissieleden ook een ontwerp van resolutie voor waarin hij een aantal artikels aanstipt die aan het eind van de legislatuur voor herziening vatbaar moeten verklaard worden. “Het gaat dan bijvoorbeeld over artikel 10 dat handelt over de gelijkheid van man en vrouw. Waarom nemen we hier ook geen bepaling in op over holebi’s? Ook artikel 20 komt in aanmerking en dit om het neutraal karakter van het overheidshandelen en de scheiding van geloof en staat te expliciteren.”

Burgerparticipatie
Dewael wil dat dit debat het parlement overstijgt. “Het gaat om onze fundamentele spelregels die moet aanvaarden om harmonieus te kunnen samenleven. Het is dus maar logisch dat we de burgers en het middenveld betrekken in deze discussie. Zo kan de Grondwet echt een document voor en door het volk worden, en niet zozeer een tekst die enkel over onze staatsstructuur handelt. Door het document een pedagogische waarde te geven voor burgers en nieuwkomers –migranten en al onze jongeren dus- kunnen we het samenleven vergemakkelijken.”
Wat nu?
De liberaal heeft zijn kaarten op tafel gelegd. Bedoeling is nu dat de commissie Grondwet de gesprekken opstart over de ontwerpresolutie en –preambule en hierin ook de bevolking betrekt. Nog voor het eind van deze legislatuur wil Dewael landen met een gedragen resolutie met de te herziene Grondwetsartikels, om tijdens de volgende legislatuur de fundamentele grondwaarden sterker te kunnen verankeren in onze Grondwet, al dan niet met een bijkomende preambule.

 

Download hier de bewuste Resolutie en Preambule van Patrick Dewael.

Toespraak LVV: “Samen leven na 22 maart”

1 June 2016

Op 31 mei was Patrick Dewael te gast bij het Liberaal Vlaams Verbond voor een lezing, “Samen leven na 22 maart”. Dewael gaf uitleg bij zijn initiatief in de Kamercommissie Grondwet om de fundamentele waarden zoals de scheiding van geloof en staat beter te verankeren in onze Grondwet. De voorzitter van de onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart ging ook in op de werkzaamheden van deze commissie.

Hier kan u de toespraak integraal herlezen:

Dames en heren,
Het voor mij een eer en genoegen om hier voor het Liberaal Vlaams Verbond het woord te mogen voeren. Het onderwerp van deze lezing is ‘Samen leven na 22 maart’. Maar in de brief die jullie ontvingen ter uitnodiging voor deze avond, wordt heel wat meer aangekondigd. Zo werd verwezen naar de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart 2016 en haar activiteiten. U zult het mij niet kwalijk nemen dat ik over de werking van deze commissie vanavond minder zal vertellen. Ik mag en wil als voorzitter geen publieke verklaringen afleggen of conclusies trekken die de werking van de commissie zouden kunnen bemoeilijken. Uit respect voor het parlement, maar ook om botsingen met het gerechtelijk onderzoek ter zake te vermijden, wil ik eerst alle zittingen en beraadslagingen afwachten alvorens hierover uitgebreid te communiceren. Daarbij heb ik mij als voorzitter van deze commissie voorgehouden om dit onderzoek over de partijgrenzen heen te tillen zodat we in onze aanbevelingen kunnen komen tot een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak.

Wel wil ik nog eens duidelijk de vier belangrijke doelstellingen van deze commissie in herinnering brengen. In de eerste plaats willen we een reconstructie maken van alle feiten en gebeurtenissen die hebben geleid tot aanslagen. In de tweede plaats gaan we de verleende steun aan de slachtoffers bekijken. In de derde plaats zullen we nagaan of de bevoegde diensten op adequate wijze werkten en of we de veiligheidsprocedures in geval van dergelijke drama’s efficiënter kunnen maken. In de vierde plaats, en dat is natuurlijk het belangrijkste, zullen we onderzoeken wat de onderliggende oorzaken zijn van het radicalisme in ons land en zullen we nagaan wat de gevolgen zijn van het integratiebeleid dat tot nu toe gevoerd werd. Het onderzoek naar de oorzaken van het radicalisme is van cruciaal belang omdat hier de sleutel ligt om op structurele wijze dergelijke aanslagen in de toekomst zoveel als mogelijk proberen te verhinderen.

Ik zeg dus niet dat we met een aantal aanbevelingen van de commissie en de implementatie ervan in onze wetgeving er zeker kunnen van zijn dat er in de toekomst geen aanslagen meer zullen gepleegd worden. Maar we moeten er wel alles aan doen om de beweegredenen van de daders te doorgronden, zodat we tijdig kunnen ingrijpen en onze samenleving maximaal kunnen beschermen. Wat zijn de beweegredenen van die doorgaans jonge mensen die bereid zijn zichzelf op te blazen om zoveel mogelijk onschuldige medemensen te doden? En vooral: hoe kunnen we andere jongeren die mogelijks vatbaar zijn voor die beweegredenen ervan weerhouden om dezelfde weg in te slaan en op hun beurt aanslagen te plegen? Anders gezegd: wat moeten we doen om ervoor te zorgen dat mensen de rechtstaat respecteren en zich niet laten leiden tot totalitaire denkbeelden die vaak van godsdienstige aard zijn.
Het antwoord op die laatste vraag is veelzijdig. In de eerste plaats is het duidelijk dat we als samenleving veel meer zullen moeten investeren in de integratie en inburgering van mensen met andere levensbeschouwelijke overtuigingen in onze maatschappij. De vraag is al lang niet meer of we die mensen moeten integreren en inburgeren, maar wel hoe we dat moeten doen. Er zijn een hele reeks problemen die al kennen en die we moeten durven benoemen en aanpakken. Ik denk aan de hoge werkloosheid, de slechte huisvesting, het gebrek aan taalvaardigheid, de dramatische schooluitval, de onaanvaardbare discriminatie en het latente racisme die ervoor zorgen dat nogal wat mensen, vooral jongeren, zich uitgesloten voelen uit onze samenleving. We zullen daaraan moeten remediëren met een beter beleid inzake huisvesting, aangepast onderwijs, doelgerichte campagnes en een harder beleid tegen die vormen van discriminatie en racisme.

Maar tegelijk zullen we die mensen, vooral de jongeren, moeten aanleren – en dat is ook onze liberale houding – om zelf hun verantwoordelijkheid te nemen en de kansen die ze krijgen op het vlak van het aanleren van de taal, van onderwijs en van tewerkstelling met twee handen te grijpen. Dan mogen we van hen verwachten dat ze aanpassen aan de onderwijs- en arbeidsvoorwaarden die hier gelden en die voor iedereen gelden. Dan moeten ze de fundamentele principes waarop onze samenleving gestoeld is, en die in onze wetten vervat zitten, aanvaarden en mee verdedigen.

Zo kom ik tot het tweede punt dat in de brief ter uitnodiging van deze avond vermeld staat, namelijk de werkzaamheden van de Commissie Grondwet die de voorbije weken en maanden heeft nagedacht over de inhoud van onze grondwet, over de relevantie en impact van een aantal grondwettelijke bepalingen, maar ook over de mogelijke tekortkomingen in deze basistekst van onze democratische rechtsstaat. Dat is nodig want ons land verandert in snel tempo. De afgelopen twee jaren zijn op dat vlak ook een kantelmoment geweest voor de bewustwording dat onze maatschappij nood heeft aan een diepgaand debat over wat ons bindt in dit land: over waar onze rechten en vrijheden op gebaseerd zijn, over de rol van de democratie, over de rechtsstaat. Dat zijn de basispijlers waar we in België en Europa van vertrekken. We hebben opnieuw kunnen kennismaken met terrorisme en extremisme die deze hoekstenen uitdrukkelijk verwerpen en met geweld en haat ze trachten te ondermijnen. Terecht heeft onze regering in reactie op deze aanslagen gewezen op het belang om onze ideologische of filosofische verschillen te kunnen overstijgen, maar om ons te scharen achter een aantal universele waarden.

Tegelijkertijd werden we sinds 2015 geconfronteerd met een asiel- en migratiecrisis waarbij we, in het kader van onze internationale en humanitaire verplichtingen, onze verantwoordelijkheid opnemen op het vlak van opvang en bescherming. Deze migratiegolven zijn uiteraard ook niet nieuw, maar de omvang en het effect hebben ons des te meer met de neus op de feiten gedrukt dat onze samenleving steeds meer divers geworden is. België is een open en internationaal land, waarbij door de Europese integratie, de komst van zogenaamde gastarbeiders uit het verleden, vormen van gezinshereniging en andere migratie onze maatschappij heel wat nieuwkomers telt. Zij brachten niet alleen hun talenten mee, maar ook hun eigen identiteit die mede kan worden gevormd door andere culturen, talen of levensbeschouwelijke opvattingen. Die diversiteit is en blijft een rijkdom.
Ik wil de zaken hier vanavond niet verbloemen of enkel in abstracte termen spreken, maar ook vertrekken vanuit feiten. Door de toenemende migratie leven er naast vooral christenen en ongelovigen, momenteel zowat 750.000 moslims in ons land, ongeveer 7 procent van de gehele bevolking. Dat is een realiteit vandaag. Let wel: het is makkelijk om een bepaalde godsdienst of een andere cultuur zelf als een probleem te zien. Ik zie dat niet zo en ik wil dat ook niet als enig uitgangspunt nemen voor mijn toespraak vanavond. Veel mensen putten uit hun cultuur of levensbeschouwing bepaalde kracht en hiermee hun identiteit vormgeven. Maar ook een godsdienst, en zeker de uitwassen, daarvan zijn niet vrij van kritiek.

Het samenleven van godsdiensten zorgt soms voor spanningen. Een ongebreideld en radicaal doorgedreven vorm van fundamentalisme is zelfs gevaarlijk. Denk aan de problemen rond de radicale organisatie Sharia4Belgium van Fouad Belkacem, de ronseling van jonge moslims om voor de Islamitische Staat te gaan vechten in Syrië, en de diverse linken tussen radicale moslims die in ons land wonen met de terreuraanvallen in Parijs en Brussel. Daarnaast blijven er problemen en discussies bestaan rond de financiering van een aantal moskees en andere religieus getinte verenigingen in ons land. Denk aan de Grote Moskee in Brussel die gefinancierd wordt door het salafistische Saoedi-Arabië. Verder is er ook het gebrek aan opleiding van de imams en de toenemende impact van jihadistische internetsites op jongeren. Zo merken we binnen radicale moslimgroepen een toenemend antisemitisme met als dieptepunt in ons land, de moord op vier mensen in het Joods Museum van België in mei 2014. Een extremistische interpretatie van de Islam heeft hier geleid tot een cultuur van geweld en misprijzen voor het menselijk leven.
En dan heb ik het nog niet gehad over toenemende spanningen rond de vrijheid van meningsuiting die regelmatig opduiken naar aanleiding van specifieke voorvallen, denk aan de fatwa tegen de Brits-Indische schrijver Salman Rushdie, de moord op Theo Van Gogh, de gewelddadige protesten tegen de Deense cartoons en de moordaanslagen op de redactieleden van het satirische weekblad Charlie Hebdo. Anders gezegd: nogal wat gelovigen vinden dat hun God, Allah, maar ook andere belangrijke religieuze figuren en zelfs de teksten in de heilige boeken zoals de Bijbel en de Koran, geen voorwerp mogen zijn van spot of satire. Zij pleiten dan ook voor het invoeren van blasfemie-wetten waardoor het in de toekomst verboden zou worden om nog langer religies te ‘belasteren’.

Natuurlijk zijn terroristen maar een zeer kleine minderheid in de moslimgemeenschap en worden hun daden in grote meerderheid verworpen. Maar dat betekent daarom niet dat we daarom niet meer kunnen stilstaan bij andere fenomenen die vragen oproepen. Zo worden we ook regelmatig geconfronteerd met een ronduit negatieve houding van sommige moslimmannen ten aanzien van vrouwen zoals duidelijk werd in de tv-documentaire Femmes de la rue van Sofie Peeters, een ronduit vijandige houding ten aanzien van homoseksuelen die binnen islamitische kringen vaak beledigd en zelfs regelrecht bedreigd worden, en zelfs een afwijzende houding ten aanzien van lessen over de Holocaust en de evolutietheorie van Darwin in het onderwijs.

Steeds als er in de maatschappij problemen opduiken met een religieuze achtergrond, roepen diverse politieke partijen op tot een fellere verdediging van onze waarden en normen, en dat we niet mogen toegeven aan religieus obscurantisme. Het gaat immers om het beschermen van de Verlichtingswaarden waar onze voorouders zo hard voor gevochten hebben zoals, en ik vernoem hier de belangrijkste, de vrijheid van meningsuiting, de gelijkwaardigheid van elke mens (en van man en vrouw in het bijzonder), het recht op zelfbeschikking en de scheiding van geloof en staat. Dat zijn volgens mij de fundamentele grondrechten waarop we geen millimeter mogen toegeven. Dat was ook de reden waarom ik tijdens de kerstvakantie een pleidooi hield voor een vorm van laïcisme, een neutrale overheid en de grondwettelijke verankering van het principe van de scheiding van geloof en staat in de grondwet, iets wat vandaag niet het geval is.

Daarom heb ik in januari een brief geschreven aan de andere leden van de Commissie Grondwet van de Kamer om een debat te starten. Een ‘inleidend verslag op parlementair initiatief’ zoals dat officieel heet. Het grote voordeel is dat zo’n verslag start vanuit een aantal vragen en dat het dus niet vertrekt vanuit een bepaalde positie. Ik had immers evengoed een resolutie kunnen indienen in de Kamer waar ik tot in de details zou toelichten wat mijn fractie voorstelt. Dat zou wellicht tot applaus bij de blauwe achterban hebben geleid, maar zou in de Kamer onmiddellijk naar de parlementaire archieven worden verwezen. Ik wilde op een andere manier werken: namelijk alle fracties uitnodigen om mee te werken aan dit debat, om naar experten te luisteren, om met elkaar te discussiëren, kijken waar er punten van overeenstemming zitten, en waar de knelpunten.
Ik heb de brief geschreven vanuit de vaststelling dat de grondwaarden van onze samenleving weliswaar wel impliciet in onze Grondwet vervat zitten, maar onvoldoende herkenbaar en duidelijk zijn voor alle medeburgers. We zeggen altijd dat die grondwaarden universeel en seculier zijn, opdat iedereen er zich in zou kunnen herkennen, maar dan moeten we dat ook zo actief durven uitdragen. We mogen dus ook niet aarzelen deze expliciet te benoemen in onze meeste fundamentele wet, de Grondwet, van waaruit uiteindelijk al onze wetgeving is afgeleid. Laat ons niet vergeten dat de Grondwet niet zomaar een reglement van inwendige orde is over de politieke werking van een staat. Het moet een echt charter, een handvest met krijtlijnen en spelregels zijn, waarin iedere burger kan terugvinden waarvoor we staan en hoe we met elkaar omgaan.

Want waar gaat het dan om? Het gaat dan bijvoorbeeld in essentie om het harmonieus samenleven van christenen, moslims, Joden, andersgelovigen en ongelovigen te bevorderen. En dat kan alleen als iedereen, tot welk geloof men zich ook bekent, de grondwet en onze wetten boven religieuze voorschriften en bevelen plaatst. Dat kan alleen als er een heuse scheiding van geloof en staat komt. Waarbij het iedereen vrij staat te geloven wat hij of zij wil, voor zover men de vrijheid van anderen niet in het gedrang brengt, en waarbij de staat neutraal staat tegenover religies en geen enkele godsdienst bevoordeelt ten aanzien van een andere religie of ten aanzien van ongelovigen. Waar het op aankomt is het trekken van duidelijke grenzen tussen geloof en staat. Waardoor niemand een mening kan verbieden op basis van een religieus verbod. Waardoor niemand een vrouw mag onderdrukken op basis van een religieuze regel. Waardoor elke mens vrij is en niet belemmert kan worden door een religieus gebod. Wat men privé denkt en doet – voor zover men de vrijheid van een ander niet schaadt – is ieders eigen keuze en daar mag de staat zich niet mee bemoeien. Maar wat de staat via de grondwet en de wetten afspreekt – voor zover het geen persoonlijk geloof verhindert – mag niet door burgers opzij worden geschoven of overtreden.

In de Commissie Grondwet hebben we ongeveer een twintigtal filosofen en grondwetspecialisten aan het woord gehoord, de ene al wat interessanter dan de andere. Ze hebben in grote mate erkend dat ons land een ambigue houding aanneemt ten aanzien van de scheiding tussen geloof en staat. Sommigen hebben ons gezegd dat het een zeer moeilijk en complex debat, en dat het daarom zelfs beter zou zijn om het niet te proberen te trancheren. Maar als politicus kan ik me daarmee niet tevreden stellen. Ik heb nog straffere dingen gelezen. Zo was ik toch wel verrast om te lezen dat ons initiatief voor een inleidend verslag zou zijn aangestuurd door de Vrijmetselarij in één of andere agenda om het geloof uit onze samenleving te bannen. Dat doet me denken aan de vele verhalen die naar boven kwamen over het Vaticaan dat destijds heeft geprobeerd om de christelijke traditie in de Europese Grondwet te krijgen. Nu: over complottheorieën kun je leuke boeken schrijven, maar die behoren vaak tot de afdeling fictie. Het verslag van onze commissie zal daar alvast niet toe behoren.

Uit alle hoorzittingen zijn er volgens een aantal conclusies te trekken te trekken. Ten eerste moeten we meer aandacht hebben voor de waarde van onze Grondwet zelf. Ten tweede moeten we onze grondwaarden in de Grondwet verankeren. Daarbij heeft de idee van een zogenaamde preambule – een inleiding tot de Grondwet – een opgang gemaakt. Tot slot moeten we ook nadenken hoe we onze bevolking bij de opmaak van onze Grondwet kunnen betrekken en hoe we het debat dat wordt gevoerd kunnen verderzetten en concluderen.

Het debat dat we nu voeren in de Commissie Grondwet is in zekere zin uniek en baanbrekend. De herziening van de Grondwet is jammer in het verleden genoeg altijd enkel maar een synoniem geweest van staatshervormingen: discussies over instellingen en structuren. Niet over mensen. Het is goed geweest om eens een ruimer debat te kunnen voeren over onze Grondwet: over de plaats van onze waarden, over het karakter van onze staat, over de manier waarop de staat met haar burgers omgaat, hoe we met elkaar omgaan in een diverse samenleving.

Ik denk dat we die ‘herontdekking’ van de Grondwet moeten verderzetten. In tijden waar het bon ton is om te spreken over ‘failed state’ of ‘failed nation’, kan het geen kwaad om nog eens één van onze belangrijke democratische instituties onder de aandacht te brengen, namelijk de Grondwet. Natuurlijk zal niemand gelukkiger worden omdat er een Grondwet in het Staatsblad staat, maar een staat heeft wel een sterke basis nodig. We hebben richtlijnen nodig die ons in concrete situaties fundamentele principes aanreiken, zoals de gelijkheid van man en vrouw of de onpartijdigheid van de staat. Dat vermijdt discussies. Dat maakt het mogelijk om een vuist te maken tegen totalitaire of extremistische tendensen die onze democratie ondermijnen. Dat laat toe om in ons onderwijs duidelijk te maken wat centraal staat.

Ik ondersteun dus ook de ideeën die door de grondwetspecialisten in de commissie zijn verkondigd om te pleiten voor een sterkere constitutionele cultuur. Dat betekent dat we een gedeeld besef hebben als burgers dat de Grondwet de bron is van onze soevereiniteit, met andere woorden het besef dat wij ons in dit land zelf besturen en dus niet afhankelijk zijn van beslissingen die buiten of boven ons worden genomen. Ook als politici en ambtenaren zijn we aan die Grondwet gebonden: we respecteren de democratische spelregels. Maar ook die Grondwet zelf is geen document dat van bovenaf is opgelegd. Het is een document van, voor en met het volk. Ook daaraan ontleent de Grondwet haar legitimiteit. Enkel zo kan de Grondwet ook een verbindende kracht hebben: tussen burgers met een verschillende overtuiging, maar die wel een aantal universele grondwaarden delen.

Dat kan op veel manieren. Ik doe maar een kleine symbolische suggestie. In veel landen, zoals de Verenigde Staten of Duitsland, kent men een Dag van de Grondwet. Dat is landen waar de Grondwet een centrale plaats inneemt in het democratische bestel. Zou het niet interessant zijn om ook in België minstens één dag per jaar stil te staan bij onze Grondwet, bv. op 7 februari, de dag dat de Grondwet in 1831 werd afgekondigd? Onze feestdagen, de Nationale Feestdag of het Feest van de Dynastie, verwijzen nu naar onze monarchie. Alle respect voor onze Koning, maar zou het dan ook niet logisch zijn om ook een dag te kiezen waarop we de wet vieren die ons alles verbindt als burgers? Die onze burgerlijke rechten en vrijheden consacreert? Die de werking van onze democratische instellingen vastlegt?

Let op: ik pleit dus niet voor een Belgische feestdag met veel vlaggenvertoon en volksliederen. Integendeel. Ik denk vooral aan een dag waarop we kritisch stilstaan bij het verleden, heden en toekomst van onze Grondwet en fundamentele rechten en vrijheden. Een dag die bijvoorbeeld scholen, lokale besturen, verenigingen,… kunnen aangrijpen om thema’s als democratie, samenleven in diversiteit, mensen- en burgerrechten,… aan te kaarten in debatten, projecten, enzovoort. Een dag waarop we ons burgerschap vieren. Dat zou bijvoorbeeld ook een dag kunnen zijn waarop gemeentebesturen nieuwkomers of nieuwe Belgen uitnodigen als symbolisch onthaalmoment.

Zowel de filosofen als de grondwetspecialisten hebben ons verschillende inzichten gegeven over wat er vandaag in onze Grondwet staat, maar vooral ook wat er niet in de Grondwet staat. Ik denk niet dat het de taak is van politici om aan theologie of moraalwetenschappen te doen en ultieme antwoorden aan te reiken over de plaats van geloof en levensbeschouwing in onze samenleving. Onze ambitie moet vooral zijn om werkbare principes aan te reiken die het samenleven in diversiteit mogelijk maken. Ik denk dat een Grondwet die hierover geen discussie of vaagheid laat bestaan daar een belangrijk onderdeel van is.
Daarom denken ik dat onze grondwet ook nood heeft aan een krachtige en inspirerende inleiding. Die zogenaamde preambule moet dienen als een echte uitnodiging tot geëngageerd burgerschap en precies omschrijven op welke fundamentele principes we onze staat hebben gebouwd en die door iedereen in ons land moeten aanvaard en gerespecteerd worden. Een preambule zal natuurlijk niet alle maatschappelijke problemen van vandaag of morgen oplossen. Maar ze zal wel bijdragen tot een bewustzijn dat ons gedeeld burgerschap waardevol is en iets om trots over te zijn. Het zal in ons onderwijs, bij inburgering, in onze instellingen, duidelijker zijn waar we als staat voor staan. Het zal ons als burgers en als open samenleving sterker maken. Uiteindelijk zijn we allemaal zelf ook ‘nieuwkomers’ wanneer we geboren worden en opgroeien in ons land.

Het is toch wel paradoxaal dat we binnenkort een zogenaamde ‘Nieuwkomersverklaring’ gaan voorleggen aan nieuwkomers, maar dat de tekst van die verklaring zal worden vastgesteld in de bijlage van een koninklijk besluit. Iets dat er dus ergens als annex aanhangt en door de volgende staatssecretaris met één pennentrek kan worden aangepast. Dat is toch wel zeer weinig respect voor onze fundamentele grondwaarden. Als we grondwaarden willen verankeren, dan verdienen die een centrale plaats in onze Grondwet. De grote meerderheid van de Europese landen heeft een preambule. Dat is op zich niet de reden, maar het toont aan dat dit geen uitzondering is.

Is een preambule voldoende? Ik denk het niet. Ik denk dat we naar een én-én-oefening moeten gaan. We moeten ook in de Grondwet zelf aanpassingen doen en verduidelijkingen aanbrengen. Een van de grondwetspecialisten zei dat de tekst van de Grondwet in haar uitwerking ‘erbarmelijk’ is, namelijk dat ze te veel verwarring schept of te veel ruimte aan de wetgever geeft om af te wijken. Dat is zeker zo op het vlak van de scheiding tussen geloof het staat. Daarom zal het nadrukkelijker opnemen van principes zoals de neutraliteit van de overheid en de scheiding van geloof en staat een einde maken aan heel wat zinloze discussies over de aard van onze samenleving en over de concrete toepassing ervan. We leven in een seculier land en daar gelden seculiere regels. En die bepalen onder meer dat niemand wegens zijn persoonlijke overtuiging gediscrimineerd of benadeeld mag worden, dat het iedereen vrij staat om in iets te geloven of niet te geloven, en dat niemand gedwongen kan worden te handelen onder druk van een groep.
Volgens de grondwetspecialisten die we hebben beluisterd is neutraliteit van de overheid vandaag al een constitutioneel principe dat al impliciet in onze Grondwet zit. Ik denk dat er dus draagvlak kan worden gevonden om dit ook expliciet op te nemen. We moeten dat oordeelkundig doen met respect voor onze eigen grondwettelijke traditie. Ik ben geen voorstander om plots te gaan voor een militante vorm van laïciteit à la française. Maar staat het haaks op onze grondwaarden om te verwachten dat onze overheid zich onpartijdig opstelt en geen voorkeur laat blijken voor een bepaalde levensbeschouwing? Laat ons dat debat met open vizier voeren en beslechten.

In een seculiere staat is het ook belangrijk dat de belangrijkste fundamentele waarden breed gedragen en gevolgd worden, en derhalve ook in een vroeg stadium worden aangeleerd aan onze kinderen. In dat verband lijkt me het voorstel van professor Patrick Loobuyck met betrekking tot het vak LEF een interessante piste. Hij stelt voor om in het lager en middelbaar onderwijs de vakken godsdienst en zedenleer te vervangen door een vak Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie waarbij alle leerlingen kennis zouden kunnen nemen van de essentiële grondslagen van onze samenleving. Want hoe gaat het er nu aan toe? Gedurende twaalf jaar trekken wij de leerlingen in klassen uit elkaar om les te volgen in één specifieke religie of in zedenleer. Het is een vorm van feitelijke segregatie. Het lijkt me beter om die kinderen gedurende twaalf jaar bij elkaar te houden zodat ze samen kennis nemen van de diversiteit van religieuze en filosofische stromingen, en dit op een niet-dogmatische manier, zodat ze later, eenmaal volwassen, zelf hun keuzes kunnen maken. En zodat ze allen samen kennis nemen van liberale grondwaarden zoals de vrijheid van meningsuiting, de scheiding van geloof en staat, de gelijkwaardigheid van man en vrouw en het recht op zelfbeschikking.

Daarom is de discussie die we in de Commissie Grondwet voeren vandaag niet vrijblijvend. Het is duidelijk dat we iets in gang hebben gezet. En dat proces is minstens even interessant als het resultaat dat we willen bereiken. Ik heb in de Commissie daarom ook opgeroepen om het debat niet enkel tussen de muren van het parlement te voeren en snel-snel een rapport af te leveren. We moeten dit debat verder opentrekken naar de ruimere samenleving. Dat zou de eerste keer zijn voor een grondwetsherziening. Een groot manco van de procedure tot herziening van de Grondwet is dat de herzieningsverklaring helemaal op het einde van de legislatuur moet worden opgesteld en dus in een zeer beladen politieke sfeer tot stand komt. Dat heeft dan natuurlijk ook te maken met het communautaire klimaat. Het zou veel beter zijn mocht er tijdens de legislatuur al een consensus kunnen groeien om een aantal artikelen voor herziening vatbaar te verklaren en dat die dan zonder veel debat in de verklaring kunnen worden opgenomen met oog op een debat ten gronde in de volgende legislatuur.

Ik voel immers wel degelijk aan dat de discussie ook in Dorpstraat leeft. Natuurlijk mogen we ons niet doen opjutten door de tijdsgeest. Dat ben ik ook niet van plan. Grondwaarden moet je inderdaad niet te grabbel gooien aan een toevallige meerderheid, of door een willekeurig burgerpanel laten beslissen. Dat is evident. Maar als we een constitutionele cultuur willen ontwikkelen, dan moeten we af en toe met dit debat de stolp van dit parlement durven verlaten. Ik denk dat we ons zouden kunnen beraden over een manier om bijvoorbeeld tussen nu en 2019 een vorm van burgerparticipatie te ontwikkelen. Met realistische verwachtingen en graag zo dicht mogelijk bij de burger. Waar ook jongeren en nieuwkomers een rol krijgen. Via traditionele en sociale media. Een breed debat over onze grondwaarden en zal onze samenleving meer weerbaar maken, waarvan de vernieuwde Grondwet de uiteindelijke emanatie zal zijn.

Dames en heren, Beste vrienden,
Een herontdekking van de Grondwet en de grondwettelijke verankering van het principe van de scheiding van geloof en staat zou betekenen dat geen enkel beleid kan gevoerd worden dat gebaseerd is op een religieuze of levensbeschouwelijke grondslag. Dus geen beleid gebaseerd op christelijke, Joodse, islamitische of atheïstische principes. U denkt misschien dat dit in de praktijk toch niet het geval is, maar dan vergist u zich. In Engeland bestaan er shariarechtbanken die oordelen over het personen- en familierecht. De scheiding van geloof en staat moet de democratische sokkel van onze multireligieuze samenleving vormen. Dat is de reden waarom ik in het parlement zo hardnekkig vecht voor een grondwet die het seculiere karakter van onze samenleving niet alleen bevestigt maar ook promoot. Liberalen stonden reeds bij de oprichting van ons land in 1830 mee aan de grondslag van een grondwet die voorrang zou krijgen op het woord van God. Laten we dat nu, 186 jaar later, opnieuw bevestigen.

Toespraken na plaatsbezoek aan het metrostation Maalbeek en de nationale luchthaven

22 April 2016

DSC_0107

 

Verklaring van commissievoorzitter Dewael na het bezoek aan metrostation Maalbeek

Dames en heren,

 

Kamervoorzitter Bracke en ik hebben zonet namens de Kamer van Volksvertegenwoordigers een rouwkrans neergelegd.

Hiermee willen we ons diepste medeleven betuigen aan de vele slachtoffers, hun familie en vrienden.

Hiermee willen we ook ons respect en waardering tonen voor de hulpverleners en hun uitstekende werk.

 

Dames en heren,

 

Vorige week heeft de Kamer een parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart opgericht.

Vandaag vatten we de officiële werkzaamheden aan.

We doen dit met een bezoek aan de nationale luchthaven en het metrostation Maalbeek, waar de verschrikkelijke feiten nu exact een maand geleden plaatsvonden.

 

Dit plaatsbezoek is belangrijk om met eigen ogen vast te stellen wat er zich die dag heeft afgespeeld.

Om de ervaringen te horen van de mensen die aanwezig waren, die de eerste hulp hebben geboden.

Om ons in te leven in wat zij hebben doorgemaakt.

 

Het moet helpen om onze belangrijke taak uit te voeren, namelijk het blootleggen van de feiten, en het trekken van lessen voor de toekomst.

 

Ik kan u namens de commissieleden meedelen dat het bezoek aan het metrostation bijzonder zinvol was.

Op deze plek blies op dinsdag 22 maart iets na 9u een zelfmoordterrorist zichzelf op.

Daarbij vielen 20 dodelijke slachtoffers en tientallen gewonden.

 

We hebben een sereen gesprek gehad met technische experts, een ingenieur verantwoordelijk voor de heropbouw, en personeelsleden van de MIVB die ter plekke waren voor de hulpverlening.

 

De directe confrontatie met deze plek heeft een grote indruk gemaakt op de commissieleden.

De kracht van de ontploffing in de besloten ruimte moet enorm geweest zijn.

Helaas met een zware tol tot gevolg.

 

Daarnaast zijn we geraakt door de moed en het uitstekende werk van de mensen die ter plekke de eerste hulp hebben verleend.

Zij hebben in moeilijke omstandigheden levens gered.

Dat geeft hoop.

Daar zijn we hen zeer dankbaar voor.

 

Ik wil tot slot adjunct-CEO van de MIVB Kris Lauwers en alle mensen die ons te woord hebben gestaan, bedanken voor de ontvangst

 

Verklaring van commissievoorzitter Dewael na het bezoek aan de nationale luchthaven

 

Dames en heren,

 

Kamervoorzitter Bracke en ik hebben zonet namens de Kamer van Volksvertegenwoordigers ook hier een rouwkrans neergelegd.

Hiermee willen we ons diepste medeleven betuigen aan de slachtoffers, hun familie en vrienden.

Hiermee willen we ook ons respect en waardering tonen voor de hulpverleners en hun uitstekende werk.

 

Dames en heren,

 

De onderzoekscommissie heeft zonet de vertrekhal van onze nationale luchthaven bezocht.

 

Ook dit bezoek was confronterend.

Het gaat immers om de vertrekhal waar we allemaal goede herinneringen aan hebben.

Plots ontploften hier op 22 maart iets na 8 uur twee verwoestende spijkerbommen.

12 mensen lieten het leven, velen geraakten gewond of werden verminkt, voor het leven getekend door de laffe aanslagen.

 

De commissieleden spraken met CEO Arnaud Feist, brandweerlui, de veiligheidsdiensten, medische hulpverleners en de luchtvaartpolitie.

Mensen die ook hier als eerste ter plaatse waren, hebben geholpen, levens hebben gered.

Dat geeft hoop.

Daar zijn we ze oneindig dankbaar voor.

 

Net zoals in Maalbeek, dragen deze gesprekken bij tot de werkzaamheden en inzichten van de commissie.

Deze ervaring laat ons niet meer los.

 

Ik wil mijnheer Feist, CEO van Brussels Airport, bedanken voor de ontvangst, alsook de sprekers voor hun bijdrage.

 

Tot slot wil ik namens de commissie een pluim geven aan de mensen die dag en nacht in de weer zijn om onze nationale luchthaven zo snel mogelijk weer gebruiksklaar te maken.

Dat is niet alleen van economisch, maar ook van groot sociaal en symbolisch belang.

 

Ik dank u.

Verkiezingen Open Vld voorzitter en partijbestuur

26 March 2016

Tussen vrijdag 18 maart en zaterdag 26 maart 2016 konden de Open Vld-leden hun stem uitbrengen voor de verkiezing van de nationale partijvoorzitter en het nationale partijbestuur. De stemming gebeurde via internet en stond onder toezicht van een gerechtsdeurwaarder. In totaal hebben 11.812 leden hun stem geldig uitgebracht.

Gwendolyn Rutten haalde als enige kandidaat-voorzitter 89,43% van de stemmen en volgt zichzelf op.

De leden verkozen ook een nieuw partijbestuur. Patrick Dewael zette een sterk resultaat neer en dankt de leden voor het vertrouwen.
De 20 kandidaten met de meeste voorkeurstemmen zijn rechtstreeks verkozen voor het partijbestuur. Het gaat om:

1. Maggie DE BLOCK 8.449
2. Alexander DE CROO 7.428
3. Bart SOMERS 5.055
4. Mathias DE CLERCQ 5.050
5. Patrick DEWAEL 5.001
6. Herman DE CROO 4.825
7. Bart TOMMELEIN 4.581
8. Karel DE GUCHT 4.270
9. Jean-Jacques DE GUCHT 3.975
10. Vincent VAN QUICKENBORNE 3.865
11. Sven GATZ 3.769
12. Egbert LACHAERT 3.607
13. Annemie TURTELBOOM 3.589
14. Marino KEULEN 3.585
15. Carina VAN CAUTER 3.311
16. Guy VANHENGEL 3.195
17. Dirk VAN MECHELEN 3.169
18. Dirk STERCKX 3.012
19. Lode VEREECK 2.762
20. Rik DAEMS 2.564

Omdat Maggie De Block de meeste stemmen achter haar naam kreeg, is zij conform de statuten de eerste ondervoorzitter. Zij volgt in die hoedanigheid zichzelf op.

Het nieuwe partijbestuur wordt aangevuld met niet-mandatarissen. Volgens de statuten moet elke provincie immers vertegenwoordigd zijn door twee niet-mandatarissen, en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door één niet-mandataris.

Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Annemie NEYTS- UYTTEBROECK
Voor de provincie Antwerpen: Marleen VANDERPOORTEN
Voor de provincie Limburg: Georges LENSSEN en Frederick VANDEPUT
Voor de provincie Oost-Vlaanderen: Hilde BRUGGEMAN
Voor de provincie Vlaams-Brabant: Christel VERLINDEN en EVA DE BLEEKER
Voor de provincie West-Vlaanderen: Carl VEREECKE en Elke CARETTE

Toespraak terreuraanslagen Brussel

24 March 2016

Op 22 maart 2016 werd België getroffen door verschrikkelijke terreuraanslagen op de luchthaven van Zaventem en de Brusselse metro.

De stad Tongeren opende meteen een rouwregister.

Op donderdag 24 maart hield Kamerfractieleider Patrick Dewael een toespraak in de Kamer.

 

Voorzitter, premier, leden van de regering, collega’s,

22 maart, een doodgewone dinsdagmorgen in ons leven, op weg naar het werk of vakantie. En plots eist blinde terreur meer dan dertig levens. Verwoest ze er honderden van nabestaanden, gewonden, familie en vrienden.

Hier. Bij ons. Akelig dichtbij. Op de internationale luchthaven waar mensen van over de hele wereld, van alle religies, gezindten en kleur samenkomen. In de metro van de Europese hoofdstad.

Blinde terreur maakt geen onderscheid in haar slachtoffers. Blinde terreur wil enkel dood en angst zaaien. Blinde terreur wil ons treffen in onze vrijheid, in wie we zijn. Dat was het geval in New York, Londen, Madrid, Parijs, Istanbul, en nu ook in ons Brussel. En dat is haast dagelijks de realiteit in Syrië en Irak.

Collega’s,
Op zo’n dag als dinsdag staat de wereld even stil. Verdriet en rouw hebben hun plaats. Ik wil ons diepste medeleven betuigen aan de slachtoffers en hun nabestaanden. Tegelijkertijd wil ik onze hulpdiensten bedanken voor hun fantastisch werk. Zij hebben bijzonder efficiënt de slachtoffers in veiligheid gebracht, verzorgd, getroost. Dat is hartverwarmend. Bij zo’n verschrikkelijke daden van enkelingen, zullen er áltijd ontelbaar méér mensen zijn die hélpen.

Collega’s,

Wat nu? Die vraag dringt zich op. Nu wat niemand hoopte maar iedereen vreesde, ook écht bij ons gebeurde. De premier en zijn regering schuwen de krasse taal, de steekvlampolitiek, de oorlogstrom. Hij heeft gelijk. Na de 12 en 18 maatregelen na Verviers en 13 november moeten we niet meteen uitpakken met een bijkomend pakket. Laten we eerst onverkort uitvoeren wat we al hebben beslist. Ja, dat neemt tijd in beslag. Maar we waken scrupuleus over de balans tussen veiligheid en vrijheid. Neemt niet weg dat wetteksten nu rijp zijn om in dit parlement te behandelen.

Na de aanslagen in Parijs zei ik dat we niet zozeer een probleem hebben met onze veiligheidsarchitectuur, met onze toolbox. Inlichtingen moeten verplicht circuleren tussen de verschillende diensten en het OCAD. We weten wie gevaarlijk is. We hebben dus niet zozeer nood aan extra informatie of meer databanken. We moeten wel nagaan of in de praktijk álle info wordt gedeeld. En die figuren beter opvolgen. Daarvoor moeten we blijven investeren in middelen, mensen en inlichtingen. Ook over de voorwaardelijke invrijheidsstelling is het laatste woord nog niet gezegd. Het is goed dat de politie criminelen opspoort oppakt, en laat berechten. Het zou nog beter zijn als ze hen ook kan vasthouden.

We moeten vooral op Europees vlak vooruitgang boeken. Terroristen kennen geen grenzen. Wie beweert dat veiligheidsbeleid een exclusief nationale bevoegdheid moet blijven, dwaalt. Alleen lossen we dit niet op. Premier, We moeten dus niet alleen een nationale vuist ballen, maar ook een Europese. Dat is mijn oproep aan u en uw collega-regeringsleiders, aan de Europese Commissie. Om ook de Europese afspraken nu onverkort uit te voeren.Om niet alleen lippendienst te bewijzen aan meer uitwisseling van inlichtingen, maar het ook daadwerkelijk te doen. Nu. We vragen om hier een prioriteit van te maken. Met de 28 lidstaten als het kan. Met een aantal kernlanden in versterkte samenwerking als het moet.

Collega’s,

Tot slot wil ik de verbindende boodschap van de premier kracht bij zetten. We hebben geen nood aan polarisatie, aan achterdocht. We moeten alle burgers, ongeacht hun afkomst of overtuiging nu verenigen en verbinden. Verenigen tegen de terreur van haatzaaiende en geradicaliseerde moslimextremisten. Verbinden met onze open samenleving, onze tolerantie, onze vrijheden en grondwaarden zoals de gelijkheid van man en vrouw, de scheiding van geloof en staat, de vrije meningsuiting, het recht op zelfbeschikking. Op die pijlers is onze vrije samenleving gebaseerd. Daar geven we geen duimbreed op toe. Nooit. Nergens. En die zullen we altijd en overal verdedigen en als het kan nog scherper verankeren in onze Grondwet. Die waarden moeten we uitdragen in een sterk onderwijs, opvoeding, deradicaliseringsprojecten, in het middenveld. Alleen zo kunnen we de strijd om de hoofden winnen. We staan daarbij aan de kant van de ouders, leerkrachten, verenigingen, politie, burgemeesters die dag in dag uit de strijd met het radicalisme aangaan.

Al wat er nodig is voor de triomf van het kwaad is dat goede mensen niets doen. De strijd tegen terreur en radicalisme is een strijd van ons allen. Overheid, veiligheidsdiensten, middenveld, burgers. Tous ensemble.
Ik dank u.

Industriezone Tongeren-Oost breidt uit

24 March 2016

Het bedrijventerrein Tongeren-Oost wordt uitgebreid met 50 hectare. Hiermee krijgt de bestaande zone die voor 98 procent bezet is, weer de nodige aantrekkingskracht voor potentiële investeerders. De uitbreiding krijgt een aparte afslag op de E313. Er wordt gerekend op 750 tot 1.000 extra jobs. De werken beginnen volgend jaar.
 

LEES MEER

Masterplan De Motten & openleggen Jeker

19 March 2016

Vanmiddag stelde het stadsbestuur haar masterplan voor De Motten en het openleggen van de Jeker voor aan alle Tongenaren op een infomarkt. Burgemeester Dewael is opgetogen met de grote interesse en enthousiasme van de burgers voor dit stadsontwikkelingsproject.

Tongeren verdient beter dan een gedempte Jeker waarop parkings en straten zijn aangelegd. Een open Jeker zal een […]

LEES MEER

Gladiatorenfestival Tongeren

13 March 2016

Op zaterdag 12 en zondag 13 maart organiseerde het Gallo-Romeins Museum i.s.m. de stad Tongeren een groots ‘Gladiatorenfestival’. Het centrum van Tongeren werd ingenomen door een leger van 250 gladiatoren, legionairs, verhalenvertellers, muzikanten, acteurs, Romeinse handelaars en ambachtslieden. Het was één groot feest, voor de toerist en de cultuurliefhebber. Voor kinderen waren er vele spannende […]

LEES MEER

Dewael scherp over ontwerpakkoord tussen EU en Turkije over migratiecrisis

10 March 2016

Open Vld fractieleider Patrick Dewael was scherp over het ontwerpakkoord tussen de EU en Turkije over de migratiecrisis. “We moeten dit probleem Europees oplossen en niet uitbesteden aan Turkije.”

Afgelopen weekend bereikte de EU een ontwerpakkoord met Turkije dat de basis zou vormen voor de Europese top van komende week. Daarin werden afspraken gemaakt om de vluchtelingenstroom naar Griekenland te stoppen, in ruil voor onder meer financiële steun voor de opvang in Turkije en toetredingsonderhandelingen.

Kamerfractieleider Dewael: “Ik ben altijd een Europese believer geweest. De Europese samenwerking biedt een grote meerwaarde aan kleine en grote landen. Ja, de uitbreiding ging snel, zonder dat de noodzakelijke verdieping van de unie volgde. Ja, we hebben de kar voor het paard gespannen met eerst onze binnengrenzen af te schaffen zonder de buitengrenzen af te dwingen. Maar zij die menen dat de oplossing erin bestaat om ons terug te trekken achter onze eigen landsgrenzen, dwalen.”

Volgens Dewael kunnen de lidstaten de migratiecrisis enkel het hoofd bieden door stappen vooruit te zetten: “We moeten binnen de EU zorgen voor een uniforme toepassing van de conventie van Genève, en dit aan onze buitengrenzen die we samen verdedigen. Daarnaast moeten we zorgen voor een billijke spreiding van de opvanginspanning.”

Dewael hekelt dat de Europese leiders net het tegenovergestelde dreigen te doen: “In plaats van het probleem Europees aan te pakken, lijken ze nu het probleem uit te besteden aan Turkije. Dat is een zwaktebod. Turkije wordt dan plots de behoeder van de conventie van Genève, een land dat het de laatste tijd niet nauw neemt met politieke rechten, minderheden, persvrijheid… Over onze Europese basiswaarden mogen we niet onderhandelen, zeker niet op de tapijtenmarkt van Istanbul”, zei de fractieleider ferm.

Onderhandelingen met Turkije zijn natuurlijk nodig, maar Europa moet zelf ook stappen vooruit zetten. “Wat mij betreft is tijdens deze onderhandelingen het lidmaatschap van Turkije op dit ogenblik niet aan de orde. Alle centen moeten ook naar de opvang voor vluchtelingen gaan”, besloot Dewael.

Het journaal 7 – 10/03/16